pagina 15 najaar 2010

5 nv Twickel Herstel rietmoeras Rijnstrangen In eendrachtige samenwerking zijn Stichting Tu/ickel en Staatsbosbeheer begonnen aan bet herstel van het rietmoeras in het natuurgebied Rijnstrangen in de Celdersche Waard. In een gebied van in totaal vijftig hectare wordt het bos en struweel teruggedrongen zodat rietbewoners als de roerdomp en grote karekiet weer in groten getale kunnen terugkeren. Het Rijnstrangengebied is een vijftien kilo ­ meter lang waterlint ten zuiden van Zeve- naar. Het bestaat uit een aantal half dicht gegroeide vroegere rivierlopen. Tot voor kort was het 6en van de belangrijkste bol- werken van Nederland voor moerasvogels, met rond 1980 nog 50 paar roerdompen, 20 paar woudapen en 80 paar grote kare- kieten. Het gebied is daarom aangewezen als speciale beschermingszone onder de Europese Vogelrichtlijn. Tevens is het Rijnstrangengebied een kerngebied voor moerasvogels. Kerngebieden zijn grote moerasgebieden die belangrijke populates herbergen van aandachtssoorten. De laatste jaren is uit onderzoek gebleken dat de meest kwetsbare moerasvogels in dit gebied, roerdomp en grote karekiet, drastisch in aantallen teruglopen. Zij zijn voor hun voedsel, broed- en rustgelegen- heid afhankelijk van waterriet. Herstel van het moerasgebied is daarom urgent. Begin zestiger jaren bestonden de vegetaties in de Rijnstrangen vooral uit mattenbies, waterriet en waterplanten zoals water- gentiaan. Tot dan behoorde het Rijn ­ strangengebied nog tot het “winterbed” van de Rijn. Bij hoge waterstanden stortte het Rijnwater zich met geweld over de Spijkse Overlaat en stroomde vervolgens doorde Rijnstrangen om bij Kandia in het Pannerdens Kanaal uitte komen. In deze periode werd de Spijkse Overlaat echter gesloten en bij Kandia een gemaal gebouwd. De doorstroming verminderde en de dynamiek nam sterk af. Hierdoor begonnen de strangen te verlanden. Verlanding en dichtslibbing leverden aan- vankelijk een vergroting van het oppervlak aan waterriet, liesgras en rietgras op, wat vooral ten koste ging van het aandeel mattenbies. Door verdergaande successie van riet naar bos zijn deze vervolgens weer in oppervlakte afgenomen. Nu bestaat een groot aandeel uit bos, struweel, verruigd riet en droge gesloten rietvegetaties. Herstel van een grootschalig rietmoeras ten behoeve van de kwetsbare moeras ­ vogels is kansrijk. Hiervoor dient met ‘cyclisch beheer’ de opslibbing en successie te worden teruggezet. Door Staatsbos ­ beheer en de Stichting Twickel zijn deel- gebieden vastgesteld waar maatregelen het meeste effect hebben. De werkzaamheden bestaan voornamelijk uit rooien van hout, klepelen/opruimen van rietgewas, uitgraven van slib en het aanbrengen en verwijderen van rasters en dergelijke. De totaal in te richten gebieden beslaan een oppervlakte van ca 50 ha. Hiervan neemt Twickel 13,3 hectare voor zijn rekening. In drie fases wordt telkens een deel van het gebied onder handen genomen. In verband met het broedseizoen concentreren de werk ­ zaamheden zich in het najaar en de winter. Zo worden tijdelijke negatieve ecologische effecten voor met name vogels en amfibieen geminimaliseerd. De eerste fase is nu in uit- voering. Vooralsnog wordt er van uit gegaan dat de tweede en derde fase in respectieve- lijk 2on en 2012 worden uitgevoerd. Een andere belangrijke maatregel is het vergroten van de oppervlakte water en moeras door afgraven van de klei in de Kleine Celderse Waard. Dit project is eerder beschreven in het Twickelblad. Beide pro- jecten moeten er toe leiden dat de opper ­ vlakte rietmoeras en de daarbij passende avifauna sterk toenemen. Het project Herstel Rietmoeras Rijnstrangen maakt onderdeel uit van een beleids- programma van de provincie Gelderland om de milieukwaliteit te verbeteren. Het Rijnstrangengebied is opgenomen op de TOP -lijst antiverdroging en aangewezen als milieuherstelgebied. Twickel en Staatsbosbeheer zijn de belang ­ rijkste grondeigenaren in dit gebied. Dienst Landelijk Gebied is namens de provincie en Staatsbosbeheer bij het project betrokken. Wilke Schoemaker, beheerder Celderse bezittingen Op de plek waar de bebossing is verwijderd, komen soorten als mattenbies, riet en pijlkruid op. De linten zijn geplaatst om bij hoge waterstand de jonge vegetatie te beschermen tegen ganzen.