pagina 15 najaar 2006

kwam een uitgebreide milieueffect rap- portage (MER), die tot diverse bijstellin- gen van de oorspronkelijke plannen leidde. Randvoorwaarden Uiteindelijk gaf het bestuur van de Stich- ting een voorzichtig ‘Co’ af, maar wel on- der een aantal nadrukkelijke randvoor ­ waarden: De ontsluiting van de nieuwe golfbaan zou vanafde buitenkant van het landgoed moeten plaatsvinden (dus geen door het hart van het land ­ goed); Bestaande natuurwaarden (en dan met name twee bijzondere vennetjes aan de oostkant) zouden absoluut gespaard moeten worden, 00k voor negatieve milieu-invloeden zoals ontwatering en instroming van mest- en gifstoffen; het- zelfde zou moeten gelden voor de belang- rijkste landschappelijke beplantingen en een deel van de bestaande bossen; De hele aanleg zou bij Twiekel moeten passen en in de sfeer van het Twentse coulisse- landschap moeten plaatsvinden. "Het moet er mooier gaan uitzien dan het was”, zo luidde de optimistische verwachting. Aanleg Omstreeks 1995 werd met de aanleg be- gonnen. Zoals bij elke nieuwe golfbaan gingen grote delen van het terrein volledig op de kop bij de aanleg van de baan en drainagesystemen, etc. Hele delen werden vergraven, andere juist weer opgehoogd, stukken bos gekapt en elders weer bijge- plant. Als natuurliefhebber moet je in de aanlegfase van zo’n project over sterke zenuwen beschikken en het volste ver- trouwen hebben dat het uiteindelijk goed komt. Maar dat geldt eigenlijk 00k voor grote natuurontwikkelingsprojecten, zoals in het Vorgersveld dat in dezelfde tijd werd uitgevoerd. Hoe het 00k zij, in 1996 was de baan klaar om in gebruik genomen te worden. Het landschap was toen een mix van oud en nieuw. Oude landschappelijke beplantingen waren gespaard, evenals grote delen van het oorspronkelijke bos. De beide vennetjes bleven buiten het ont- werp en dus buiten de golfbaan omwille van hun grote en vooral kwetsbare natuur ­ waarden. Beheerplan De uiteindelijke golfbaan beslaat 60 ha, waarvan ongeveer een derde uit bos en landschappelijke beplantingen bestaat. Voor de aanleg is een deel van het be ­ staande bos gekapt, maar dat is ruimhar- tig gecompenseerd door de aanleg van nieuw bos, boomgroepen en solitaire bo- men. Aanvankelijk is hier en daar 00k ge ­ bruik gemaakt van niet-inheemse soorten, zoals krentenboompjes en sequoia’s, ter- wijl 00k rode beuken wat te overheersend in het landschapsbeeld zijn gebracht. Om ­ streeks 2000 werd een eerste beheerplan opgesteld. Hierbij werd al aangedrongen uitsluitend uit te gaan van inheemse boomsoorten en struiken die ter plekke thuishoren: grove den, zomereik, berk, beuk en els als boomsoorten en Gelderse roos, vlier, hazelaar, kardinaalsmuts en vuilboom in de struiklaag. Dit past 00k beter bij de doelstelling van de Stichting Twiekel. Een flinke stap voorwaarts was het nieuwe beheerplan van 2005. Hierin staat de golf ­ baan zoveel mogelijk natuur- en milieu- vriendelijk moet worden beheerd. Een belangrijke bijdrage hiertoe is geleverd door de golfclubleden Lia Verhagen (IVN Haaksbergen) en jan Willem Hattink (lid van de baancommissie belast met de zorg voor natuur- en milieu). Er is inmiddels een steile wand gecreeerd als broedgele- genheid voor oeverzwaluwen en een grote boomwortelkluit is aan de rand van een grote nieuwe vijver gedeponeerd in de hoop ijsvogels (die hier al regelmatig ge- signaleerd zijn) tot broeden te verlokken. Bewust beheerde bloemrijke ruigten in de zogenaamde “roughs” langs de eigenlijke banen geven een prettige aanblik, te meer daar zulke schrale bermen en zomen ont- breken in het huidige agrarische cultuur- landschap waar elke meter grond econo- mische waarde vertegenwoordigt. In deze laat in het seizoen gemaaide zomen groei- en nu al duizendblad, sint-janskruid en driekleurig viooltje tussen schrale gras- soorten en veldbiezen. Langs een water- partij is een strook verruigde vegetatie geplagd, waarna kleine zonnedauw en de zeldzame moeraswolfsklauw in groten ge- tale teruggekeerd zijn als relicten van het vroegere heidelandschap. Er zijn tiental- len nestkastjes opgehangen waarin vooral koolmezen en bonte vliegenvangers broe ­ den. Verder zijn op de golfbaan onder meer bunzing, steenmarter, bosuil, groene specht en steenuil gesignaleerd. De boom- valk, die hier rond 1995 nog broedde, is vermoedelijk toch vanwege de toegeno- men drukte uitgeweken naar het nabijge- legen Schijvenveld. Croene kaart Dit jaar heeff de Twentsche Golfclub een ‘groene kaart’ gekregen in de vorm van de toekenning van het eco-label in het kader van het internationale programma ‘Com ­ mitted to Green’ voor golfbanen, wat neer- komt op de keuze en het in de praktijk brengen van een natuurvriendelijk en mi- lieubewust beheer. De TGC is de zevende golfclub (van de in totaal 180 golfbanen) in Nederland die dit certificaat verwierf. Men verplicht zich daarmee tot het uitvoeren van de natuur- en milieudoelstellingen uit het beheerplan. Elke drie jaar wordt het gevoer- de beheer geevalueerd waarna het eco-label weer verlengd kan worden. Gezien de en- thousiaste inzet van een aantal leden zal dit naar verwachting wel goed komen. Onno de Bruijn Nieuu/ acmgelegde natuurvijver, groeiplaats van de zeldzame moeraswolfsklauw en de kleine zonnedauw.