pagina 15 herfst 2005

Detail uit een kaart van de Twickelervaart, circa 1790. perceel Het Huis en Havesate dubbe- link bestaande in het Heerenhuis, bouwhuis en andere getimmertens’. 3 ) De kaart van de Twickelervaart van circa 1790 toont Dubbelink als een bijna vierkant gebouw met een gracht eromheen. Meestershuis In 1808 wordt door de marke Azelo een verzoek ingediend aan de heer van Twickel, om tot de gereedkoming van de nieuwe school de ‘Dubbeling Kaamer’ ’s winters als school te mogen gebruiken. 4 ) De nieuwe school is gereed in 1810 maar kennelijk is de schoolmeester er blijven wonen, gezien de benaming Meestershuis. In 1816 en 1817 moet het gebouwtje ‘door Bos nagezien worden, om voor verlekken te bewaken’. 5 ) In 1833 vin- den we een post ‘Tegen het fondament der kamer moet een paar voet hoog zand gebracht worden’, dat wil zeggen dat de grand rand het gebouw wordt opgehoogd. 6 ) Zou dit misschien het dempen van de gracht zijn, of een ver- dere aanvulling van de al gedeeltelijk gedempte gracht? In het eerste deel van deze serie noem- den we het bestek in het Huisarchief Twickel gedateerd omstreeks 1760, met de tekst: ‘het huys van dubbelink in Azelo in zijn geheel afgebroken en weer nieuws verstellen en in zijn geheel oftimmeren… ’ 7 ) Het is denkbaar dat het bestek geen betrekking heeft op afbraak en onmid- dellijke nieuwbouw van de havezate maar op het grate gebouw op de voor- plaats van het huis. Het bestek zou dus niet dateren van ongeveer 1760 maar van 1870/’74. In de rekeningen van 1870 vinden we namelijk een aanzet voor nieuwbouw in de levering van een ‘eerste soort roode steen’ en van ‘witte steen’, door J. ter Weel te Rijssen bestemd voor ‘Dubbelink voor een nieuw huis’ of voor ‘Dubblink van de Haverzate’. 8 ) De stenen worden aangeleverd op ‘ ’t Eiland’, kennelijk een centrale opslagplaats voor leve- rantie van stenen, ook voor andere boerderijen. Tot ongeveer 1870 blijft de toestand op de eigenlijke huisplaats onveranderd. Een kadastrale hulpkaart (kaart 1) van dat jaar laat zien, dat de drie perceels- nummers, sectie B nr. 299, 300 en 301 worden samengetrokken tot een ge ­ heel met nummer 944. Een hulpkaart van vijf jaren later (13 februari 1875) geeft aan, dat nr. 944 nu weer in tweeen is gedeeld, namelijk de num- mers 992 en 993 en dat op nr. 992 twee gebouwen staan, een vrij groot huis en een klein langwerpig gebouwtje. Kadastrale kaarten We hebben de hierbij afgedrukte kaarten overgetrokken op de zelfde schaal, en daarbij de globale maten van het kleine gebouw aangegeven. Wanneer de eerste kaart van 1870 over de Twickelervaartkaart en over het kadastrale minuutplan van 1820 gelegd wordt, blijkt dat de vorm van de percelen overeenkomt. Ditzelfde geldt nagenoeg ook voor de plaats en grootte van het omgrachte, vierkante gebouw. Hieruit is op te maken dat het gaat om hetzelfde gebouw: de havezate. Heeft de landmeter van de hulpkaar- ten, J.H.Koenen, zich vergist? Leggen wede beide kaarten van 1870en 1875 op elkaar, dan blijkt het grate gebouw een huislengte zuidoostwaarts te zijn herbouwd en het kleine gebouwtje precies tegen het vorige, haast muur op muur. Het lijkt inderdaad op een vergissing of vertekening, temeer daar er in het Huisarchief Twickel nog een ‘veldschets’ bestaat, die volledig overeenkomt met de kaart van 1820 voor wat betreft de situering van het Meestershuis. Het is een kaart waarop de twee percelen nrs. 992 en 993 nu weer tot een zijn samengevoegd met als nieuw nummer 1445. Het grate gebouw is verdwenen en het Meestershuis past precies op de lig- ging van het in 1870 als afgebroken (of af te breken) aangegeven kleine gebouw, met daarbij naar weerskan- ten een uitbreiding. De vergissing lijkt dus tweeerlei: het kleine gebouw is in werkelijkheid niet