Barbara Leyssius is al dertigjaar werkzaam als vrijwiHiger voor Twickel. Aanvankelijk als organisator van tentoonstellingen en rondleider, nu inventariseert ze de imposante boekenverzameling. “Je duikt in het leven van de vroegere bewoners". “Dertig jaar geleden heb ik mijn eerste stappen in het kasteel gezet. De barones was net overleden en de sfeer was grauw en triest. Twickel was in de rouw. Via rent- meester Brunt werd ik benaderd om mee te werken aan het opzetten van een ten- toonstelling over de Twickeler Schipvaart. Er was toen nog geen geordend archief, veel materiaal stond in dozen op de zolder van de oude rentmeesterij. Samen met Lucie Hakstegen en Greetje van Winsen bestu- deerde ik de historische gegevens. De expo- sitie werd gehouden in een omgetoverde oranjerie, maar dat was toen nog echt een plantenkas. Als in de kasteelkeuken de lampen aangingen, vielen in de oranjerie de lampen uit. Maar de tentoonstelling werd een geweldig succes, net als de verschillende andere exposities die wij met onze werk- groep tot 1997 hebben georganiseerd. “In de jaren tachtig veranderde de stem ­ ming in en rond het kasteel geleidelijk, het werd levendiger, vooral toen Christian zu Castell hier met zijn jonge gezin kwam wonen. Ik ben toen door Bernard van Heek gevraagd om te helpen met rondleidingen in het kasteel. Het was heel bijzonder dat iemand van buiten dit mocht doen. Met butler Herman Hemelman en Aafke Brunt hebben we toen een rondleiding gemaakt, die nog steeds de basis vormt van de huidige gids. Door alle activiteiten die in de loop der jaren zijn georganiseerd, is Twickel steeds toegankelijker geworden en konden meer mensen genieten van het Huis en de tuin. Als je kijkt hoe de opening van de gerestaureerde tuin beleefd wordt, kun je concluderen dat Twickel in de loop der jaren van een rouwend een feestend kasteel is geworden. “In 1993 ben ik gevraagd om de boeken te inventariseren. Ikzei meteen enthousiast ja maar wist er weinig van. Toen ik met een oude Blaeu atlas naar een boekrestaurator ging, hoorde ik allerlei termen waar ik de betekenis niet van wist. Ik ben toen oplei- dingen boekbinden en boekrestauratie gaan volgen en ben lid geworden van ver- Barbara Leyssius aan het werk in de vroegere slaapkamer van George van Heeckeren van Wassenaer. schillende verenigingen, die zich bezig hou- den met het conserveren en restaureren van papieren en boeken. Ik vind dat ik van wanten moet weten, als ik voor de boeken van Twickel moet zorgen. Samen met Frie- de Relker ben ik begonnen met het sorte- ren en inventariseren van een kast waar alles in lag; tijdschriften, muziekstukken en briefmappen, het was een ratjetoe. Bij het conserveren van boeken verwijder je het stof, plakt scheurtjes of losse deeltje en be- kijkt de conditie; onder andere of het leer niet te droog is. Restaureren doe ik alleen voor kennissen, niet voor Twickel. Daarvoor vind ik mezelfte onervaren. Want de boeke- rij bestaat wel uit heel mooie boeken! “Hoeveel boeken er zijn? Dat weten wij nog niet. Ceschat wordt zo’n 6.000 titels, dat zijn circa 18.000 boeken. Behalve in de bibliotheek staan er kasten met boeken op de bovengalerij, de zolder en in de zuid- torenbibliotheek. We zijn druk bezig met het invoeren van alle boekgegevens in de computer; de auteursnaam, uitgever, boek- bandbeschrijving, schade-inventarisatie en globale inhoud. Dit digitaal verwerken doen we sinds vier jaar met z’n vijven: Anke Bevers, Harriet Schuver, Diens Rethmeier, Friede Relker en ik dus. Experts op het ge- bied van boekbeschrijving en boekbanden ondersteunen ons vanaf het begin. In 1996 zijn we hier al mee begonnen maar bij het converteren van het ene computerpro- gramma in het andere zijn er fouten inge- slopen. Het controleren en invoeren van alle gegevens is een megaproject dat nog wel zo’n vijf tot tien jaar zal duren. Je doet gemiddeld een kwartier over het invoeren van een boek, dus het schiet niet echt op. “Twickel is doortoeval op mijn pad geko- men maar inmiddels ben ik er helemaal door gefascineerd. Ze hebben wel eens over mij gezegd dat ik de ‘Twickelitis’ heb. Met name de bewoners interesseren mij. Je duikt echt in hun leven. Het is toch heel bijzonder om bijvoorbeeld te lezen over de interesse van de baron in homeopathie en dan een boekje in handen te hebben dat door hem is geraadpleegd, wellicht toen zijn briljante broer George getroffen was door een ziekte waaraan hij in 1883 zou overlijden. Wat een voorrecht dat ik dit mag doen. Steeds weer nieuwe verrassingen.”