pagina 14 zomer 2003

De molenaars malen weer S inds 1991 woon ik aan de Oeler Watermolenweg. Zeker tien jaar lang was de Oelermolen voor mij een dood element in het landschap. Het stond er en daarmee was alles gezegd. Ook tijdens landelijke molendagen gebeurde er helemaal niets. Dankzij de restauratie kan de molen weer draaien en komt het geheel weer tot leven. Aan het woord is Dirk Euverman, een van de vrijwilligers van de molen. Overigens waren er voor hem aanvankelijk de nodige onzekerheden; “Je bent totaal onbekend met het ambacht van molenaar en je weet vooraf niet of die werkzaam- heden je wel zullen bevallen”. Maar gaandeweg winnen de belangstelling en de motivatie het van deze twijfels. Vrijwilligers Inmiddels heeft men voor de Oelermolen zes vrijwilligers gevonden. Molenaar zijn ze officieel nog geen van alien, maar ze worden thans opgeleid voor het diploma van ‘De Hollandsche Molen Zaterdags een keer per twee weken van 9.30 tot 13.00 uur volgen ze de cursus. Voor je examen kunt doen, moet je minstens 100 uur op verschil- lende molens hebben gewerkt en de nodige theore- tische kennis hebben eigen gemaakt. Daarbij gaat het niet alleen om kennis van de eigen molen, maar ook om andere typen, zoals bijvoorbeeld hout- zaagmolens, om de rol van de waterstand in de beek bij het maalproces en het instellen van de molenstenen bij het malen. De cursus is januari begonnen en zal tegen het eind van 2003 zijn afgerond. Ze wordt gegeven door Jozef Derkman uit Denekamp als de officiele instructeur en door Jan Wieffer die op de molen zelf praktisch de cursus geeft. Demonstraties De molen ligt op een landschappelijk gezien ideale plek. Alleen al van vanwege het fietspad, dat er langs loopt en waarvan veel gebruik wordt gemaakt. “En dat willen we graag zo houden” aldus Wieffer. “Voor grootschaligheid en horeca zoals in Haaksbergen en Diepenheim is hier geen plaats. Sterker nog voor de mensen, die hier wonen, onacceptabel. Het lijkt vooralsnog ook niet effectief. Er kan slechts een beperkt aantal mensen tegelijk in de molen worden gelaten. Als er teveel zijn, komt de demonstatie voor een deel van de belangstellenden beperkt of helemaal niet over”. De watermolen de Oldemeule. Foto: J.J. Boer, 1975. Het is zaterdag 10 mei, tijdens de landelijke fiets- en molendag, dat ik de molen nogmaals opzoek. Nee de landelijke fietsroute gaat niet langs Oele, verzekert men mij direct, maar dat blijkt geen enkel probleem te zijn. Er zijn bezoe- kers genoeg. En wanneer de ene groep vertrekt, dient de volgende zich al weer aan. Geen hele drommen mensen, maar precies genoeg om deze dag tot een succes te maken. Opleiding De basis voor het regelmatig openstellen van de molen is gelegd. “Maar er moet nog wel wat gebeuren, voordat alles goed loopt. We leggen nu nog even de nadruk op de opleiding”, aldus Jan Wieffer. “Heel belangrijk is een goede organisatie en een goed contact met Twickel zelf en de andere molenaars van Twickel, de vrijwilligers van de Noordmolen en de houtzaagmolen". Voor Dirk Euverman is het belangrijk dat de molen, zoals hij het noemt, ‘wordt aangekleed’. Inmiddels heeft de stichting ‘Oald Hengel’ via een oplettende vrijwilliger van de Noordmolen gezorgd voor een flinke map met fotokopieen van historische documenten en een aantal schilderij- tjes met foto’s uit vroeger tijden. Ook kregen ze al een koperets van de toestand uit 1883, waarop ook de oliemolen is afgebeeld en waarvan we nu alleen nog de fundamenten kunnen zien. Een ding blijkt uit de gesprekken duidelijk; de vrijwilligers zijn vol goede moed om er iets van te maken. De Oelermolen mag beslist niet verloren gaan. Gerrit Aalderink