pagina 14 zomer 2002

De uroegere windmolens van Twickel (I) De stadsmolen, de molens op de Esch en de Veldmolen Aan het eind van de Muldersweg, waar deze uitkomt op de Molenstraat, ligt aan de linkerkant Residence ‘De Eschmolen’, een luxe appartementencomplex voor gepensioneerden. Daartegenover hebben langs de Molenstraat in vroeger tijden twee molens gestaan. Deze waren eigendom van Twickel. Een daarvan verdween waarschijnlijk reeds omstreeks 1800, de andere werd in 1959 geheel door brand verwoest, iets wat veel oudere Deldenaren zich wellicht nog zullen herinneren. De voormalige Eschmolen stond temidden van de akkers op de Delderesch. Foto: Collectie huisarchief Twickel. I n het huisarchief van Twickel (H.A.T. nr. 4226) bevinden zich de akten van verpachting aan ver- schillende molenaars. De oudste dateert van 1702, doch we weten dat de molens veel ouder moeten zijn. Wanneer Johan III van Twickelo (ook wel Johan de Rijke of Roggen Jan genoemd) in 1539 sterft, is zijn dochter Agnes erfgename. Zij erft het Huis Twickel met de windmolen en de watermolen op de Deldener Esch. Met de watermolen wordt de Noordmolen bedoeld, de windmolen was de korenmolen die aan de rand van de Deldener Esch stond. Agnes was reeds twee jaar eerder getrouwd met Goossen van Raesfelt en met de dood van haar vader begint dus in 1539 het tijdperk van de familie Van Raesfelt op Twickel. Eschmolens Het bouwen van molens was in vroeger tijden een bevoegdheid die uitsluitend aan de adel toebehoorde. Adolf Hendrik van Raesfelt om- schrijft dit in het register dat hij kort voor zijn overlijden in 1681 aan zijn enige dochter Adriana Sophia dicteerde als volgt: “Bij dit huis behoort de wint over het karspel van Delden nr. 2806). Reeds vanaf de middeleeuwen vielen wind- en watermolens onder het gezag van de overheid. Dit betekent, dat in onze omgeving de Drost van Twente het monopolie – de zogenaamde molen- dwang – bezat. In dat licht moeten we het verzoek plaatsen, dat het stads- bestuur van Delden in 1549 aan Goossen van Raesfelt richt. Het stads- bestuur vraagt hem daarin, na dit aanvankelijk reeds enkele malen tevergeefs te hebben verzocht, om een tweede molen te bouwen. omdat de molen op de Esch niet meer in staat is om al het graan te malen. Het stads- bestuur verzoekt dit “nerstelijke ende hertelieke na dem neymant gheijne wijndemollen en hefft in unsen Kerspele dan die droste eijn wijnde ­ mollen alleenige, want eine molle kan der Stadt en Kerspel dat seer wijd en breed is en boven twee duijsent communicanten sterck in malen nijet en voldoen”. Goossen voldoet aan dit verzoek en de tweede molen komt er, dicht bij de eerste. De eerste molen staat dan op grondgebied van het Richterambt Delden, de nieuwe molen staat op grand van het Stadsgericht. Op een oude kaart van Jacob van Deventer uit de zestiende eeuw, staan ze beide naast elkaar. In de archieven wordt vanaf dat moment dan ook gesproken over de ‘Eschmeule’ en de ‘Nije Meule’.