pagina 14 zomer 1999

Het aangereden hert werd door een goed schot van bosbaas Brinkman uit zijn lijden verlost. Naast hem Frank Spijkerman. Foto: H. Spijkerman ll4kU.-U.hUI ven Terug langs eeuwen oude wildsporen Bij tijd en wijle duikt er roodwild op in het Twentse, met name op het landgoed Twickel. De eerste waarneming die mij bekend is, stamt uit eind jaren veertig, toen ik nog in Twente woonde. Het betrof destijds een twaalfender die zich geruime tijd heeft opgehouden in de omgeving van Beckum. Jachtopzichter Maas Pluim, in dienst van de jachthuur- der de familie A.H. van Heek, deed er toen alles aan om de aanwezigheid van het hert zoveel mogelijk te verdoezelen voor de buitenwacht, met name voor de stroperij. Er werd per toerbeurt met collega’s gepost en de prenten op de diverse zandwegen werden zoveel mogelijk uitgewist. Even geheimzinnig als het hert toen was gekomen, ver- U begrijpt natuurlijk dat ik onlangs aangenaam verrast was te vememen dat er weer een hert op het landgoed was gesignaleerd. Bij een bezoek aan Delden was ik binnenge- stapt bij de huidige toezicht- houder Hans Spijkerman om even te buurten. Hij woont in de jachtopzichterswoning schilderachtig gelegen aan de prachtige laan, die uitkomtbij hetkasteel. Er gaat altijd iets door me heen als ik juist hier op deze plek vertoef. In deze omge ­ ving is zo’n tweehonderd vijftig jaar geleden, om goed te zijn in oktober van het jaar 1758, mijn betovergrootva- der Franz Schneider als jacht ­ opzichter van start gegaan na zijn vlucht ‘oet de Pruse’, nadat hij clandestien een hert had geschoten. Ik vertelde U daarover al in de Twickelblad aflevering 1994/4. Het in 1998 waargenomen hert, een forse twaalfender, heeft zich in de nazomer op het landgoed opgehouden. Daama verdween het richting Diepenheim om daar op 7 oktober om zeven uur ’s morgens een onwaardig einde te vinden door een aanrijding in de bosrijke omgeving van het landgoed het Nijenhuis. Na door de politie te zijn verwittigd wist jachtopzichter Frank Spijkerman, een zoon van Hans, met zijn zweet- hond, de ruwharige teckel Dikkert het hert te traceren en te stellen, waarop zijn chef bosbaas Brinkman met een goed schot het dier uit zijn lijden wist te verlossen. Tijdens het uitvoerige verslag van Hans gaan mijn gedachten terug in de tijd en zie ik mijn betovergrootvader aan het werk met de rode arbeid en vervolgens het hert met paard en wagen het bos uit rijden. lets dergelijks zal onge- twijfeld in die tijd ook zijn voorgekomen. P.H. Schneider, Ulvenhout dween het ook weer om na twee jaar plotseling weer op te duiken. Het dichtst in de buurt liggende roodwildge- bied van waaruit het hert waarschijnlijk was gewis- seld, is het Bentheimer Wald, net over de grens bij Olden- zaal. Vandaaruitligterminof meer een groene verbindings- zone via Twente naar de Ach- terhoek en vervolgens de Veluwe. Ook in de jaren daarna dui ­ ken er op onregelmatige tij- den herten op in hetzelfde gebied, zowel mannelijke als vrouwelijke stukken. En het frappante is, steeds in hetzelf ­ de gebied en gebruik makend van dezelfde wissels.