Pagina 14 winter 2016

Haaientand en medailles onder het Koematenveld

 

Miljoenen jaren geleden lagen Delden en Twickel als het ware aan zee. De werkgroep ‘Tonijn uit Twente’, die kennis vergaart over de bodem van toen, heeft recent de grond onder het Koematenveld onderzocht. Het hoofddoel was onderzoek van de bodemlagen maar er was ook sprake

14 van ‘fossielenkoorts’: zou er een heus walvisskelet gevonden worden, of die ene zeldzame soort haaientand?

Botfragmenten walvis.

Tand van makreelhaai (Cosmopolitodus hastalis).

De opbrengst van nauwkeurige metaaldetectie.

auteur

Peter de Bruijn
(werkgroep Tonijn uit Twente)

Historie

In 1777 werden bij de aanleg van de Twickelervaart walvisbeenderen gevonden bij de Almelose brug. Die botten liggen nu in het Teylers Museum in Haarlem. Het was de eerste keer dat in Nederland het ‘Mioceen’ (geologisch tijdperk, 23 tot 5 miljoen jaar geleden) werd herkend. Later, bij de aanleg

van het Twentekanaal in 1935, werden opnieuw fossielhoudende zand- en kleilagen blootgelegd. Dit keer werden er veel haaientanden gevonden. De aangesneden bodemlagen betreffen de zogenaamde Afzetting van Zenderen (laat Mioceen, ca. 5 miljoen jaar geleden) en de Afzetting van Delden

(vroeg Plioceen, ca. 3 miljoen jaar geleden). Ze stammen uit een tijd dat de Noordzeekust langs Delden liep.

Door de fossielvondsten uit de Twickelervaart weten we dat de betreffende bodemlagen daar dicht onder het maaiveld liggen. Twickel gaf toestemming om op het Koematenveld, vlak bij de plaats waar 230 jaar geleden het Mioceen werd aangetoond,

een ontsluiting te maken. De rma Gerwers uit Tilligte bood hierbij hulp. Op een grondvlak van circa 20 bij 20 meter werd de dunne laag graszoden teelaarde verwijderd. Op het maaiveld werden de sporen zichtbaar van een ‘eergetouw’, een door ossen getrokken ploeg uit de tijd dat de tractor nog niet bestond.

Het werkvlak en de naastgelegen delen van het weiland werden systematisch

onderzocht op mogelijke metalen voorwerpen. Naast het weiland liggen grafheuvels uit de bronstijd, dus je weet maar nooit. En er werden ook ‘echte’ vondsten gedaan, hoewel niet uit de bronstijd. Wel enkele medailles van Unox-rookworsten (vroeger waren hier de ANWB-natuurwerkkampen), een kinderbroche, een gesp en divers ijzerwaren, alsmede een sluitclip van de rma Hobbelink uit Delden.

De verschillende aardlagen werden laagje voor laagje weggegraven en uiteindelijk werd een diepte van 4,5 meter bereikt. Dit diepste deel liep geleidelijk vol met water, de putwanden kalfden snel in. Om reden van veiligheid werd besloten om het gat gedeeltelijk weer te dempen. De volgende dagen bleef de ontsluiting nog open voor onderzoek. Betreding van de kuil was toen niet meer niet mogelijk: soppige