Van dik hout zaagt men planken Wanneer men bij Hotel Carelshaven de Zaagmolenweg inslaat, rijdt men langs de Oelerbeek en bet zo idyllisch gelegen voormalige atelier van kunstschilder H. van der Worp. Aan het einde van deze boomrijke toegangsweg ligt de eeuwenoude houtzaagmolen van Twickel met de status van Rijksmonument. Ruim 200 jaar was deze zagerij in vol bedrijf. In 1974 werd achter deze zaagmolen een nieuwe zagerij gebouwd die de productie overnam. De oude zagerij viel in slaap, maar werd gereanimeerd in 1988/89. De intussen opgerichte ‘Stichting Vrienden van de Molen’ nam in 1989 het beheer en onder- houd van dit industriele erfgoed over. Houtzaagmolens In de i7e en i8e eeuw ontwikkelden zich de windmolens langs de Zaan tot een waar industrielandschap. Het bekende liedje “en dan gaan we met z alien naar de Zaan, waar de wieken van de molens rustig gaan’’, spreekt boekdelen. Het was uitvinder Cor ­ nells Corneliszoon van Uitgeest die in het jaar 1591 als eerste een molen construeerde, waarmee hout kon worden gezaagd. Hij plaatste zijn molen, ‘het Juffertje’, op een vlotschuit en bracht deze over naar Zaan- dam. Omstreeks 1600 werd de eerste palt- rok – houtzaagmolen gebouwd, een type waarbij de molen in het geheel draaibaar is. Later ging men er toe over om zeskantige en achtkantige molens te bouwen die voor- zien werden van een draaibare kap, de bovenkruier. De eerste houtzaagmolen van Twickel was van het type achtkantige boven ­ kruier. Wanneer ik langs de Zaan wandel, het ‘tuinpad’ van mijn grootvader, denk ik altijd weer aan het rijmpje over deze eerste houtzaagmolen: “Ik was d die het hout met sagen stukken saaghde. Dat menigh wonder was, en wonder wel behaachde. Waardoor gekomen is ten nutte, voor den dagh. Hoe dat men’t hout op Best, en spoedigst sagen mach”. Economische peiler Omstreeks 1760 was de toenmalige heer van Twickel, Unico Willen van Wassenaer Obdam, met de aanplant van bomen begonnen. Bij het stichten van de hout ­ zaagmolen, door zoon Carel George kort voor 1771, bestond het bosareaal van Twic ­ kel uit ongeveer 20 ha. De meeste boom- stammen werden vanuit Holland per ‘as’ naar de molen vervoerd. Met het graven van de Twickelervaart, tussen 1771-1775, zou de reistijd per platbodem (Zomp) aanzien- lijk worden verkort. Als bewindvoerders van de VOC hadden de Van Wassenaers een belang in de scheepsbouw zowel in Hol ­ land als Friesland. De houtzaagmolen ach ­ ter Carelshaven leverde in die tijd, naast het hout uit den ‘vreemde’, 00k Twickelhout voor de scheepsbouw. Dominee Samberg verwoordde het aldus: “Twickels bossen leverden in die periode het beste eikenhout van West-Europa”. Eeuwenlang is de hout ­ zaagmolen van Twickel een economische pijler van het landgoed geweest, een func- tie die door de huidige moderne houtzage- rij is overgenomen.