pagina 14 voorjaar 2010

“Voor mij is dit e mooie plek” Boeren in de 21-ste eeuw is geen gemakkelijke opgave maar melkveehouder Henri van Beek uit Doesburg ziet de toekomst een stuk zonniger tegemoet. Hij heeft een moderne stal voor zijn 130 melkkoeien gebouwd waardoor de bedrijfsvoering en bet dierenwelzijn zijn verbeterd. “Alles klopt nu en dat is lekker werken." De stal, tachtig meter lang, veertig meter breed en voorzien van een minder hoog voorgedeelte, zou in het kleinschalige Twentse coulissenlandschap uit de toon val- len. Maar dit is de Fraterwaard, het uiter- waardengebied tussen Doesburg en Dieren, waar Van Beek 65 hectare land van Twickel pacht. Het uitzicht reikt ver en daardoor lijkt de stal minder kolossaal. “Het hele traject om een vergunning te krijgen en te bouwen heeft bijna drie jaar geduurd”, zegt hij, bij- gestaan door zijn vrouw Yvonne. “Dit is niet alleen een Natura 2000-gebied, maar dient 00k als buffer bij hoogwater. Je moet dus met goede bedrijfseconomische argumen- ten Rijkswaterstaat overtuigen om te mogen bouwen. Gelukkig hebben de gemeente en Twickel mij goed gesteund. “Ik ben de derde generatie op Erve Dolle- mansstede en hier geboren. Van kindsaf is dit mijn passie, ik wil en kan niets anders. Onder mijn opa was dit een gemengd bedrijf, mijn vader ging zich specialiseren in melkvee en ik combineer dit met een beetje akkerbouw. Als we die stal niet hadden mogen bouwen, was ik waarschijnlijk de laatste generatie geweest. Nu kan een van onze drie zonen het wellicht overnemen. Voorheen moest ik met koeien, kruiwagens en voer heen en weer tussen verschillende gebouwen. Dat kost tijd, en dus 00k geld. Nu blijven de koeien in e£n stal en kan ik ze met behulp van een melkcaroussel alleen melken. De koeien vinden dit fijner, geven meer melk en worden ouder. Ik noem dit de stal van de toekomst. Er is meer ruimte per koe, een mestrobot, het dak is gefsoleerd en de zijdoeken gaan weersafhankelijk automa- De stal van de toekomst. tisch open of dicht. De computer houdt precies bij hoeveel melk de koeien geven en hoeveel voer ze nodig hebben. “Twickel zag gelukkig 00k het belang dat dit bedrijf klaar gemaakt moest worden voor de toekomst. Met een hamer, spijkers en wat ijzerdraad hou je de boel bij elkaar maar het was echt nodig om een keuze te maken; investeren of afbouwen. Deze stal had goedkoper gekund, maar dit is veel duurzamer. En daar geloof ik in. Gelukkig denkt Twickel er 00k zo over. Eigenlijk had ik dit al moeten doen toen ik het bedrijf in 1997 overnam, maar als jonge boer moet je je eerst bewijzen voordat je mede- werking van de bank krijgt. “Wij hebben een goed contact met beheer- der Wilke Schoemaker en adjunct-rent- meester Hans Gierveld. We komen niet veel in Delden, al is het kasteel leuk om te zien. Ik ging vroeger naar pachtersvergade- ringen, maar dan gaat het over het verleg- gen van een beek of een bepaalde situatie in Bornerbroek. Daar hebben wij hier niet zoveel mee. je hebt hier een heel andere bedrijfsstructuur. Ik heb te maken met overwinterende ganzen, waardoor ik bij het maaien 75% van de eerste snede mis, weide- vogelbeheer en overstromingen. In 2001 waren we drie weken omringd door water. Als het water is gezakt, ligt het weiland er niet goed bij. Mijn schoonvader is akker- bouwer en hij drukte het eens heel mooi uit. ‘Eerst vreten de ganzen je gras kapot, dan komt het water, vervolgens moet je de weidevogels beschermen en dat allemaal op hobbeldebobbelland dat geen meter vlak is. Hier kun je toch niet boeren’. Maar als je er mee opgegroeid bent, weet je niet anders. Voor mij is dit een mooie plek.” Martin Steenbeeke