pagina 14 najaar 2007

kwam haar jongste zoon Constantijn bin- nenlopen. Waarschijnlijk net uit school met een kroketje in zijn hand. Zijn moeder legde hem uit wat ik aan het doen was, waarop die jongen zei: “Goh, mam, dan word je nog beroemd …!’’ Atelier “Laatst kwam mijn oude buurvrouw uit Amsterdam, de schrijfster Marga Minco, langs en die bracht een gedichtenbundel van haar in 1992 overleden man Bert Voe- ten mee. Daar lees ik zo af en toe wat in. Ik ben eigenlijk nog maar weinig bezig, want ik kan niet meer zo lang staan. Toch ga ik nog vrijwel dagelijks naar mijn atelier. Een beetje rondkijken. Tekeningetjes maken." Barones Van Heeckeren van Wassenaer. De beeidhouwer in de rotstuin bij de onthulling van tweede afgietsel van de barones’ in 2004. Twente “Ik kom nog maar zelden in Twente. Het is me te ver en te vermoeiend. Vroeger kwam ik er regelmatig. De barones heb ik indertijd moeten beloven altijd langs te komen wanneer ik in de buurt was. Dat heb ik gedaan. Ik heb verscheidene malen met mijn vrouw koffie bij haar gedronken. In mijn herinnering stond er binnen ergens een gouden servies. Maar ik kan me vergissen. Zeker weet ik wel dat we haar een keer in de tuin aan- troffen lopend achter een kruiwagen. Van verre hoorde ik al die aanstekelijke lach van haar toen ze ons zag aankomen en vroeg: “En …, hebben jullie een Agatha Christie bij je ?” De donder rommelt in de verte als ik wegga en de regen komt loodrecht naar beneden. “Zelfs de barones zou nu de kap van haar auto ophouden, maar ik weet zeker dat ze haar chauffeur ondanks het weer zou aan- sporen nog wat harder te rijden.” Als ik in de auto zit, zie ik hem nog staan grinniken in de deuropening bij de herinne ­ ring aan de barones, die er een sport van maakte elke keer iets korter te doen over de afstand Delden – Amsterdam. Joan Vermeulen