pagina 14 herfst 2001

Zo’n dag begon ’s morgens om zeven uur en voor we alles aan kant hadden, was het ‘s nachts twee uur en de andere dag begonnen we weer om zeven uur. Maar dat was maar een keer in In de tuin In de vestibule op de tafel liggen drie hoorntjes van koper. Was de barones in de tuin aan het werk en kwam er onverwachts bezoek, wat niet veel gebeurde, dan moest mijn man op een hoomtje blazen en kwam ze thuis. Op de tafel ligt ook nog steeds haar tuingereedschap. En haar laarzen en het mandje voor het tuin ­ gereedschap staan nog altijd in het kastje daarnaast. De tuin was haar grote liefde. Ze was er altijd te vinden. Vaak moest mijn man haar voor het eten uit de tuin halen. Dan was ze de hele tijd vergeten. Zomers als het droog was, ging ze’s avonds na het eten met Assink aan het sproeien en kwam ze doornat thuis. Als er visite voor de lunch kwam, had ze het liefst dat ze om twee uur weggingen, dan kon ze de tuin weer in. Als er weer een hoekje was dat mooi bloeide, maakte ze foto’s. Die bekeek ze dan’s winters en was er iets dat haar niet aanstond dan veranderde ze dat het volgende jaar weer. Als we moesten stemmen gingen we in het begin naar de Esschool. Maar toen die afgebroken was, moesten we naar de school in Azelo. We gingen altijd met de barones mee. Wij zaten achterin en de barones zat naast de chauffeur. Ze maakte altijd een praatje met de mensen achter de tafel en als we het stemlokaal uit kwa- men, waren er altijd wel boeren uit de omgeving. Die stonden dan met de pet in de hand om de barones te groeten. Ze kende ze allemaal bij naam en anders vroeg ze wel wie ze waren. Was er een sterfgeval of een huwelijksfeest bij een van de pachters dan bracht ze altijd een bezoekje. Op het laatst meestal met de rentmeester, meneer Brunt. Aaltje Soetendal-Post Albertine ter Boo en Annie ter Kulve maken het bed op in de slaapkamer van de barones. Fotocollectie: A. Soetendal-Post. In de kasteelkeuken. Links mevr. Soetendal, rechts Sonja Vunderink. Fotocollectie: A. Soetendal-Post. voor een gingen ze naar de beneden- galerij waar ze dan stond. Voor de lunch moest ik een lichte maaltijd koken. Dan werd het kleine eetkamertje beneden gebruikt. ’s Middags kwamen er nog gasten voor de thee. Om zeven uur ontving de barones haar gasten met een aperitief in de benedengalerij. Dan kwam de muziekvereniging een serenade brengen. De barones was hun beschermvrouwe. Om half acht ging men aan tafel. De barones was een vrouw van de klok. Dat vond ik altijd fijn, dan kon je er met het eten op rekenen. Ze had een hekel aan mensen die altijd te laat kwamen. De dames waren vaak in ‘t lang en de heren in smoking. ’s Middags begon ik al te koken. De pudding had ik een dag van te voren gemaakt. En ‘s morgens had ik kleine aardappeltjes uit grote aardappelen gedraaid, dat was een heel werk. Op een kasteel word altijd gediend. De huisknecht in livrei houdt de gasten de zilveren schaal voor en de gasten nemen er dan zelf af. Mijn man schonk de wijn in. De barones wou altijd soep vooraf. Ik kreeg daardoor mooi de tijd om de schalen voor de tweede gang op te maken. Als die naar boven gingen, kon ik de schalen met het hoofd- gerecht klaar maken. Na het diner gingen de dames voor koffie en bonbons naar de salon en de heren gingen naar de torenkamer, waar gerookt werd. Na een tijdje kwamen de heren in de salon waar dan gezamenlijk geborreld werd.