pagina 14 herfst 1997

Schaal, waan en Kultuur “Natuurreservaat en cultuur monument”, staat er in de stich- tingsakte, en “historische betekenis bestendigen”, vanzelf- sprekende wensen van een afstammelinge uit een zeer oud geslacht. Wat is echter die ’‘Natuur” die gereserveerd moeten worden, natuurgebied?: bos, beek, moeras, ven. Of zijn het de akke- ronkruiden, de weidevogels natuur elementen dus in het cul- tuurlandschap? Of het cultuurlandschap zelf, maar ouder- wets extensief beheerd als (blauw)grasland, hei, cultuurbos. Of is het, meer abstract, slechts “Het Leven: alles wat groeit en bloeit en altijd weer boeit”? en niet de aarde zelf, die ook het leven draagt?. En wat is cultuur dan die we willen besten ­ digen? De verwarring daarover speelt door in de waan van de dag als het over beheer van het land gaat waar ieder, al of niet eigenaar of beheerder, van Minister tot flierefluiter, zijn of haar zegje wil doen. Men drukt een en ander uit in leuzen: “Natuur kan niet zonder boeren”, “Verweven is beter dan scheiden”, “In natuurgebied moet je niets doen’V’Bosbegrazing moet”, “Diversiteit moet”, “Duurzaamheid voor alles”, “Continu aanpassen aan de maatschappelijke evolutie moet”, “Natuurreservaten moe ­ ten volledig toegankelijk zijn voor publiek”, “Het publiek dient zo veel mogelijk uit natuurreservaten te worden geweerd”. Negen maal een selectie uit de waan van de dag. Waan…, niet omdat elk van de negen leuzen niet waar zou kunnen zijn; Wei omdat het allemaal halve waarheden zijn, gevaarlijker dus dan leugens. Voor alle negen leuzen geldt immers dat ze slechts waar kunnen zijn binnen een specifieke Schaal in ruimte en tijd. Dit betekent dat, op een verkeerde schaal toegepast, elk van de negen, geen uitge- zonderd, een grove leugen kan zijn. Toegepast in beleid (van Den Haag tot Delden) en beheer leidt dat tot verlies aan natuur en cultuurwaarden. Een zinnige afweging van beleid vraagt daamaast ook om een helder begrip over wat natuur en cultuur in essen- tie is en waarom er waarde aan wordt gehecht. De essentie van het natuurbegrip, in concrete als ook overdrachtelijke zin, is: “het Van Zelf bestaande” en dat per definitie in tegenstelling tot cultuur “het door de Mens Gemaakte (van symfonie tot stoommachine en mest-injector). Het span- ningsveld tussen beide tegengestelden is de essentie van het menselijk bestaan, dat gericht is op het bestrijden van de negatieve en het behouden van de positieve aspecten van beide. Zo moet je de Stichtingsakte lezen. De waardering van de (positieve aspecten van) natuur volgt een scala van materiele tot geestelijke behoeften, De uisie van Vriend van Twickel, Enno Hoekstra Vriendenkring wordt vereniging van gebruikers Enno Hoekstra fungeerde in de periode 1989 – 1995 als secretaris, respectievelijk bestuurslid van de vereniging Vrienden van Twickel. Daarvoor zat hij als lid van D 66 in de gemeenteraad van Stad Delden. Hier heeft hij bestuur- lijk leren denken en ervaring opgedaan met gemeentelijke procedures. Heel veel profijt heeft hij daarvan bij de ver ­ eniging niet gehad. De meeste knelpunten (conflicten met het bestuur van de Stichting Twickel) en aanslagen op het landgoed (aanleg van snelwegen en de 380 KV hoogspan- ningsleiding) behoorden toen net tot het verleden. Aafke Brunt In Hoekstra’s bestuurstijd is het ledental enorm toege- nomen. Rondom de uit het actiecomite Geen S 23, spaar Twickel voortgekomen vriendenkring, waarvan een harde kern nog steeds heel actief is, groeide een donateurs- vereniging: “als het niet om een kasteelbezoek gaat, zijn veel leden moeilijk in beweging te krijgen. Natuurbeheer, zoals dat tot voor kort in het heideveld het Boddenbroek plaats vond, komt neer op de inzet van een handjevol harde werkers. Daar staat tegenover dat voor de doelstelling ‘het behoud van Twickel’ een veel grotere achterban is gecreeerd”. Hiermee is de vereniging naar het idee van Hoekstra op de goede weg. Bij de bedreigingen die op ons afkomen, is het belangrijk om de achterban nog verder uit te breiden en te werken aan een betere spreiding daarvan. Het ledental in Borne is bijvoorbeeld achtergebleven bij dat in Delden en Hengelo. Volgens Hoekstra krijgt de oorspronkelijke vrienden ­ kring steeds meer het karakter van een belangenvereni- ging. Door de stedelijke ontwikkelingen wordt de omvang van het buitengebied steeds beperkter; het aantal recrean- ten daarentegen neemt toe. In de bossen en natuurgebieden van Twickel is de toenemende recreatiedruk goed waar te