pagina 14 herfst 1992

Huis, Huishouding en toebehoren, de ho- ven, boschen, plantagien, wateren en visse- rijen, als ook over alle reparatien en werken soo aan het Huis als aan de wind en water- molens, niets uitgezonderd”. Zo staat o.a. geschreven: ’’Ten tijde van storm, donder en zware regen moeten houten bakken met pek best reken in voorraad op zolder staan. Kamers, stallen, koetshuizen, brouwhuis, zolders en de bouwhuizen ordentelijk schoongehouden worden. Brouwketel, kuy- pen etc. etc. moeten altoos zuiver gehouden worden. De gracht rondom het huis moet open gehouden worden. ’s A vonds voor de dienstboden aan tafeI gaan zal de voorburg worden opgehaalt, om negen uur zal nie- mand meer binnen kunnen komen zonder toestemming van de rentmeester. De brug achter het huis zal doorgaans opgehaelt blij- ven. De hekken op de voorste plaets sullen ook elke avond op het nagtslot gesloten worden. Schoorstenen van het Huis en Bouwhuizen tijdig werden schoongemaakt lettende op het meer of minder gebruik dal van deselve gemaakt werd. Dog de schoorstenen van de keuken, van beide was- kelders en van het brouwhuis sullen om de drie maanden en die van de kamers alsmede de pijpen der kachels zo in het Huis als in de orangerie om de vier maanden schoonge ­ maakt worden. De brandspuyt tweemaalper jaar proberen. Walerbak op zolder moet wel besorgt worden tegen leccagie of under on- gemak, de goeten waardoor het water in en uit loopt open houden”. Na al deze praktische instructies, die een beeld geven van het reilen en zeilen in en om het huis Twickel, wil ik eindigen met de in- vloed die de Heer van Twickel had op het geestelijk leven van de inwoners van Delden. Tweede predikant Het spreekwoord ’’Wiens brood men eet, diens taal men spreekt” zou toen in Delden ontstaan kunnen zijn. Unico graaf van Was- senaer Obdam stichtte in 1760 samen met de burgemeesters van Delden een tweede predi- kantsplaats. Het stadje Delden telde toen meer dan 1300 lidmaten, een te groot aantal voor een dominee, die overigens ook al een toelage van / 150,- uit de Twickelkas kreeg. Ook de organist-koster kreeg een jaarwedde van / 150,- van Twickel. Het jaarsalaris van de tweede predikant was / 500,-. Na lange procedures betaalden de Staten van Overijs- sel / 250,- en / 160,- werd betaald uit de ge- zamenlijke vicarie Trium Regum van Stad Delden en Twickel. Door graaf Unico werd / 90,- bijgepast. Zo waren derhalve de eerste en de tweede predikant financieel afhankelijk van Twic ­ kel. Als de preken niet in de smaak vielen, kon Twickel de geldstroom tijdelijk vertra- gen en in uiterste gevallen stopzetten. De lang in stand gehouden traditie, dat de twee predikanten op paasavond een ’’Paaswegge en een kanne wijn” aan de Heer of Vrouwe Unico Wilhelm ten tijde van de ’’Instructie voor de Rentmeester”. Schilderij door J. Palthe, 1762. Kapittelhuis van de Balije van Utrecht. Foto: Iconografisch Bureau. van Twickel moesten brengen, stamt uit de ­ ze benoeming uit 1760. Niet alleen was de taak van rentmeester zeer veel omvattend, zij bepaalde vaak jaren ach- tereen, uit naam van Unico graaf van Was- senaer Obdam, het materiele en geestelijke leven van een groot aantal inwoners van Delden en omgeving. B.E. Leyssius-Vermunt