pagina 13 zomer 2009

> j* > , »•# – -£ a <3* • y jt – – – – (iZ-<-S – x ? 3 — ♦ ■ * V : 6. -31 . -<c Hf-h- yk- W, / ^ **- ”3-? ■Z/It • •/A/’^-y- •#f T d- »k 1 ■ •* ^X/y ^ a- }i- f-t – ‘ – < s} i■ – – – { O-^f- 0. *- 2/2-f I ■ ^cu Ttc^^E, £-e-y4- • – ■ ■ ■ & & Y‘ *><’ ■ fH $■■ ^j- -e*~ <P 2/ F-i oi- ■ jtyd- tX- 3^/ tio~i- SfiA-r- /■ a. ? c ■pU (Ly – / ■ – V 9 s ~" <* ^ Cl . ik^ 7 <lVM ~~ d J 1 ’ •^~’ 1 7 • . – – – – •• I ( ic ‘i-t d y- 1«•>/•// .. /.. . v . . ^ . v //z3-"- v x / – ■*-. ~^rrc ■ CX r ■ Z. ‘ yi z/r • . ./110-i De Franse couverts op een lijst die is opgesteld ra het overlijden van Sicco van Goslinga. A. C<Xv*. Y7fr- Huisarchief Twickel, inv.nr. 973. genoemde zilveren tafelservies dat ze in die tijd lieten maken. Van Wassenaer was enige jaren gezant aan het Weense Hof en moest daar netjes voor de dag komen. Ook latere generaties van de familie hebben ze laten bijmaken. Op Twickel zijn thans circa 150 van dergelijke tafelcouverts en messen met zilveren heften te vinden. Maar hoe kwamen de oude Franse lepels en vorken in het bezit van de familie Van Wassenaer? Er is wel verondersteld dat een lid van de familie ze tijdens een ‘grand tour’ in Frankrijk heeft gekocht, maar dat leek me een geforceerd verhaal. Hun aan- dacht zal op de leeftijd dat ze op ‘grand tour’ gingen eerder in beslag genomen zijn door Franse en Italiaanse schonen dan door zilveren lepels en vorken. Silverwerk De revisie van het zilver gaf een goede aan- leiding te gaan kijken bij Aafke Brunt in het archief van Twickel. Daar vond ik een ongedateerde beschrijving en verdeling van het zilver in de nalatenschap van de Friese edelman en diplomaat Sicco van Coslinga (1664-1731). De beschrijving moet omstreeks 1732 zijn gemaakt. Sicco was de vader van Dodonea Lucia van Coslinga Gravure van een portret van Sicco van Goslinga (1664 – 1731) uit J. Wagenaar, Vaderlandsche Historie. (1702-1769) die in 1723 huwde met Unico Wilhelm graaf van Wassenaer Obdam (1692-1766). Na de opsomming van een aantal stukken tafelzilver, staat op deze ‘Lijst en gewicht van het Silverwerk’ drie maal een dozijn ‘messe hegten, lepels en forchetten’ met in de kantlijn daarvoor ‘Frans’. Het is heel aannemelijk dat dit de oude Franse couverts uit 1713/14 zijn. Sicco van Goslinga zal ze omstreeks 1714 in Parijs hebben gekocht, want hij was toen geruime tijd in die stad als gezant van de Republiek aan het hof van Lodewijk XIV, toen nog het Europese middelpunt. De bijzondere couverts waren in die dagen het nieuwste van het nieuwste en werden uitsluitend ge ­ maakt voor de Europese elite. Familiemodel Van Goslinga had zitting in de Staten van Friesland en was grietman van Franekera- deel. Op landelijk niveau was hij lid van de Staten-Generaal en geregeld gezant en on- derhandelaar van de Republiek bij buiten- landse conflicten. Een stel modieuze Franse zilveren couverts paste bij de stijl en de staat die hij moest voeren. Dodenea van Goslinga was de op een na jongste van vijf zusters. Toen zij in 1723 met Unico Wilhelm trouwde, lag het toe- komstig verloop van de geschiedenis van haar familie niet voor de hand. Twee van haar oudere zusters waren getrouwd, maar kregen geen nazaten en de twee andere zusters bleven ongehuwd. Met de dood van de langstlevende Anna Julia van Goslinga (1701-1786) stierf de familie Van Goslinga uit. Het hele familievermogen was toen vererfd aan de enige nog levende zoon van Dodonea, de eerder genoemde Carel George van Wassenaer. Zo werden de in oorsprong Franse couverts van een Friese edelman het familiemodel van de Van Wassenaers. Het is een van de vele verhalen die kleven aan de zilveren voorwerpen in de prachtige historische ver- zameling van Twickel. BarendJ. van Benthem De auteur was werkzaam in het bankwezen en maakte daarnaast studie van het Amsterdams zilver en schreef er boeken over.