pagina 13 najaar 2009

i3 J A A H G A N G l8 N A J A A R 2009 Twickel De villabouw op de voormalige Voormors aan de Hengelosestraat. De witgeschilderde bo- men moesten bet in later jaren afleggen tegen bet drukke verkeer. Ansichtcollectie: D. Rouwhorst. Heeckeren uit om de terreinen aan te kopen. Die toonde zich gei maar 00k hij had te maken met verminder- de inkomsten. Na enig vruchteloos heen- en weer schrijven over de aanstelling van een commissie ter taxatie van de gronden, werd besloten over te gaan tot een ruiling. Maar 00k dit leidde tot niets. Na de kwestie nog eens overdacht te hebben, berichtte de baron de gemeente dat hij geen geschikte grond voor de ruiling kon vinden. De baron heeft waarschijnlijk gevreesd dat hij met de terreinen bleef zitten. De gemeente die in 1911 in grote voortvarendheid plannen had gekoesterd voor de Voormors en de Stadsbleek, kon slechts enkele kopers vinden. In de eer- ste jaren werd alleen gebouwd op de Voormors. De verkoop geschiedde in fraaie, ruime kavels. Pas in 1931 kwam de gemeen ­ te ertoe de Stadbleek bouwrijp te maken. De oude boerderij, waarin de bleker woon- de, werd afgebroken, wat voor het ‘drukke verkeer een hele verbetering betekende. Inmiddels was er weer een crisis uitgebroken. De raad stelde voor om het bouwterrein te laten ophogen door werklozen. Witte grond was volop te verkrijgen van de Achtermors, terwijl men het geld voor de werklozen “beter in de gemeente kon houden, dan het naar de Weitemanslanden” ’> te brengen. De villa- bouw aan de Stadsbleek bleef beperkt tot enkele huizen. Nu, tachtig jaar later, grenzen deze nog steeds aan de groene weiden van Twickel. Aafke Brunt ’) In 1932 legden werklozen in de Weitemanslanden, het landbouwgebied tussen Almelo en Vriezenveen, twee landbouwwegen aan. In dit moerassige gebied zou ‘de werkverschaffing’ de terreinen in cultuur brengen voor de bouw van een dorp. Daar bleek geen behoefte aan te bestaan. Petrus Hermannus (Pieter) Wattez 1871-1953 De tuinarchitect Pieter Wattez (spreek uit: Wattde) was een zoon van de boom- kweker en tuinarchitect Dirk Wattez. Met zijn broer Constant werkte hij in het bedrijf van zijn vader. Constant zette dit bedrijf na de dood van zijn vader voort in Bussum. Pieter richtte zich vooral op Twente. Hier voerde hij verschillende reorganisaties uit van het werk van zijn vader en ontwierp hij tuinen voor een groot aantal Twentse fabrikanten, on- der wie N.C. van Heek op De Tol bij Enschede, J.B. van Heek op Zonnebeek en A.W.W. van Wulfften Palthe op De Sprengenberg. Voor de erven G.J. van Heek ontwierp hij het G.J. van Heekpark in Enschede. Slechts enkele tekeningen van zijn hand zijn bewaard gebleven. Pieter Wattez overleed in 1953 op 82- jarige leeftijd in Delden. Slechte economische omstandigheden dwongen Wattez om in 1922 om zijn huis Cramershof aan de Cramersweide in Delden te verkopen aan baron R.F. van Heeckeren van Wassenaer, die het pand daarop aan hem verhuurde. De Cramershof was verrezen uit een enkele jaren tevoren door Wattez verbouwde tuinkoepel. In 1931 verhuisde Wattez naar de overkant van de Cramersweide om het huurhuis van Twickel, het Witte Huis, aan de Hengelosestraat te betrekken. Dankzij de bemoeienis van baron Van Heeckeren met de bouwplannen bezit bet Huisarchief Twickel een zeldzame bouwtekening uit 1911 van de tuinarchitect Pieter Wattez. Bron: B. Zijlstra, Nederlandse tuinarchitectuur II, uitgave Nederlandse Tuinenstichting, 1987, p. 32-43 en HuisarchiefTwickel inv.nrs. 3498-3499 en 3537-3538. Tegen de stadskern van Delden ligt dankzij de bezitters van Twickel nog steeds de Cramersweide. De tuinarchitect Pieter Wattez bewoonde de op deze ansicbtkaart afgebeelde Cramershof. Ansichtkaart: collectie HuisarchiefTwickel.