pagina 13 herfst 2003

kenmerken. Agrarische kenmerken verdwijnen en maken plaats voor ‘burger’-trekjes. Het meest nadrukkelijk zien we dat bij de verandering naar een woonbestemming. De karakteristieke verdeling van een boerderij in een woongedeelte (voor) en een bedrijfsgedeelte (achter) verdwijnt. Om de transformatie van de boerderij in een villa te voorkomen, zijn enkele richtlijnen vanbelang, die vaakdoorverpachters zowel als door bijvoorbeeld de welstandscommissie worden gehan- teerd. Ze zijn in veel verbouwde boerderijen terug te vin- den: de tot glaspui gewijzigde baanderdeur (maak een mooie indeling), de tot ramen gemaakte mestdeuren (maak niet overal roedenverdelingen in: ze geven een woonkarakter aan een utilitaire opening) en de dakramen, die een dakvlak vol dakkapellen moeten voorkomen. Maar ook op het erf werkt de verandering naar woonboer- derij door. De behoefte aan privacy leidt al snel tot schut- tingen en hagen (waarom kan een boer zonder?), de erf- inrichting wordt aangepakt en de plantensoorten worden exotischer. Helaas zet men ook liever een nieuw bijge- bouw dan het oude kippenhok als uitgangspunt te nemen. Als de kracht van de erven is dat ze zich voegen in het landschap, dan is behoud van de karakteristiek ook van het erf van belang. Dat betekent een streekeigen sortiment en het handhaven van het verschil in voorkant en achterkant van het erf, inclusief de houtopstanden die daar vaak te vinden zijn. Maar het betekent bovenal, dat de siertuin als onderdeel van het erf voortbestaat en dat niet het erf tot siertuin wordt. Verbreding van de landbouw Minder nadrukkelijk treden de wijzigingen naar buiten bij verbreding van de landbouw, waarbij bijvoorbeeld pro- ducten op de boerderij kunnen worden gekocht, of waarbij toeristisch bezoek (al dan niet met een skybox) wordt aan- gemoedigd. Ook in die gevallen verschijnen allerlei ver- nieuwingen, zoals borden, vlaggen, richtingaanwijzers, parkeren, verlichting, enzovoort aan de weg, die het publiek op de attractie moeten wijzen. Daarnaast zijn er nieuwe teelten, combinaties van agrarische activiteiten of concentratie op een landbouwsector met de uitbreiding die daar bij kan horen. Een landgoed verdraagt veel. In het Engelse Skipton is een voorbeeld, Broughton Hall Business Park, waar een heel landgoed met een veelheid aan gebouwen, is getrans- formeerd tot woon- en kantorenpark. Een heerlijke plek om te wonen, te werken of te congresseren, waar het behoud van de karakteristieke kwaliteiten van het monu- mentale ensemble het kapitaal van de onderneming vormt. Wie er werkt, voelt zich te gast in zijn eigen kantoor. Zo’n verhouding tussen respect voor het oude complex en het ruimte bieden aan nieuwe activiteiten is in Engeland mis- schien vanzelfsprekender dan hier. Bij nieuwe ontwikkelingen is per geval voor elke ruim- telijke of bouwkundige ingreep een afweging nodig van de situatie, van de waarden van de plek en het gebouw. Alleen met die zorg is te bepalen, hoe de ingreep het best kan worden vormgegeven. Het nieuwe hoeft zich niet te verkleden als het oude. Juist in de tradities van het bouwen in Twente of het bou- wen op Twickel zijn aanknopingspunten te vinden voor de inspiratie die voor een ontwerp nodig zijn. Ook met toe ­ passing van de traditionele materialen en detailleringen zijn interessante innovaties te bedenken, die een nieuw ontwerp kunnen hechten aan de context van dit landgoed. En het gebruik om goed te letten op de inpassing in het landschap, waar het gaat om situering, hoofdvorm en volume van nieuwe gebouwen, kan al veel betekenen voor een goede acceptatie. Dirk Baalman Ingrid van Herd Het Oversticht, Genootschap tot bevordering en instandhouding van het stedelijke en landelijk schoon, adviseert aanoverhedenen instellingen over architectuur, welstandstoezicht, landschap en monumenten. De heer Baalman is adjunctdirecteur van Het Oversticht. Mevrouw Van Herel is landschapsarchitecte. Het erve Voortman: de achterzijde is nog in oorspronkelijke stijl. Foto: E. Ekker.