pagina 13 herfst 1997

van dit artikel verschuilt zich achter de barones. Foto: collectie huisarchiefTwickel, 1972. zitting een experiment: het was de eerste keer dat men zoiets deed. De stroom reacties die daama op gang kwam, is het best te typeren als een verlate inspraakprocedure. Met dit verschil dat de spelregels die later bij inspraakpro- cedures golden, toen nog niet bestonden, zodat de provin- cie niet goed wist hoe de volkswoede gekanaliseerd moest worden. De hele openbare meningsvorming en later ook de besluitvorming over de S23 kregen daardoor een ge viseerd en nogal chaotisch karakter. In de Provinciale Staten van Overijssel was het in Enschede wonende D66 lid Sol Schuijer de enige tegen- stander van de S23. Binnen en buiten de statenvergadering roerde hij zich ferm. Hij onderhield over de kwestie zelf persoonlijk contact met de minister van verkeer en water- staat Willem Drees jr. Door de overige statenleden is hem deze rol van buitenparlementair actievoerder niet in dank afgenomen. Een andere opponent was prof dr Jan Kreiken, sinds 1968 hoogleraar bedrijfskunde aan de Technische Hogeschool Twente. Met Sol Schuijer, die aan dezelfde instelling was verbonden, had hij regelmatig contact over de zaak. Kreiken woonde in Ambt Delden in de buurt van het nieuwe trace, hetgeen zijn belangstelling voor het onderwerp verklaarde. Merkwaardig was dat Kreiken formeel geen enkele par- tij vertegenwoordigde, maar desondanks op grond van zijn deskundigheid als vervoerseconoom het debat domineer- de. Uitsluitend op persoonlijke titel wist hij bij de minister van verkeer en waterstaat en bij het provinciaal bestuur grote invloed te verwerven. In opstand kwamen verder de boeren in de omgeving van Bomerbroek en andere omwonenden. Zij waren de direct belanghebbenden die gronden moesten afstaan of vreesden anderszins hinder en schade te zullen ondervin- den van de weg. En tenslotte was er dan nog het in decem- ber 1971 opgerichte actiecomite Spaar Twickel, dat werd bevolkt door verontruste burgers, al dan niet lid van natuurbeschermingsorganisaties. In een openbare discussie, die zich wegens het ontbre- ken van officiele spelregels grotendeels via de pers vol- trok, probeerden deze groepen de eenzijdige opstelling van de provincie te doorbreken. De actiegroep Spaar Twickel profiteerde daarbij van het feit dat acties tegen nieuwe wegen toentertijd in den lande een nieuw verschijnsel waren, waaraan in de media veel aandacht werd besteed. Geen S23 Tegelijk met de S23 speelden elders in Nederland soort- gelijke affaires rond de aanleg van de autosnelweg bij Amelisweerd in Utrecht en de Leidse Baan door het groe- ne hart van Zuid-Holland. Vooral in Utrecht ging het nogal hard toe tussen actievoerders en overheid. Al was daar in Twente geen sprake van, het bepaalde wel mede het alge- mene klimaat van verwarring en onzekerheid waarin de kwestie van de S23 begon te kantelen. Wat verder meehielp, was dat minister Drees de S23 absoluut niet zag zitten. Formeel had hij er helemaal niets mee te maken, het ging immers om een provinciale weg. Maar zijn bemoeienis leidde er mede toe dat ook het pro ­ vinciaal bestuur begon te aarzelen. Toen de minister ten ­ slotte aanbood de Zuidelijke Bandweg versneld te zullen aanleggen als Overijssel de S23 liet vallen, was de kogel door de kerk. Onzeker geworden door de verlate informele inspraak- ronde onder de bevolking en de stellingname van het rijk voelde provinciale staten van Overijssel zich gedwongen om driemaal een besluit te nemen over het aanleggen van de S23. Daarbij tekende zich geleidelijk een meerderheid af tegen de weg die op 15 maart 1972 werd bereikt. Behalve dat de weg niet doorging, had de actie van het comite Spaar Twickel nog een ander gevolg. Het leidde tot de oprichting van de Vereniging Vrienden van Twickel in September 1972, nu 25 jaar geleden. De vereniging stelde zich als voornaamste taak om het landgoed te verdedigen tegen nieuwe planologische ingrepen van buiten. Toen later ook het bestuur van de Stichting Twickel al te licht- zinnig met de natuurwaarden van het landgoed dreigde om te springen, richtte de vereniging haar pijlen eveneens in die richting. Maar die tijd is inmiddels voorbij. Veel meer dan vroe- ger wordt op het landgoed nu een beleid gevoerd dat gericht is op de instandhouding van Twickel als uniek cul- tuur en natuurmonument. Ik hoop en vertrouw dat stichting en vereniging elkaar ook de komende jaren zullen vinden in een gezamenlijk beleid tegen de nieuwe bedreigingen die op de loer liggen. De landhonger van de grote steden en de noordtak van de Betuwelijn. Twickel is het waard.