pagina 13 herfst 1993

eisen van de Nederlandse wet en aan de smaak van de Nederlandse consument. ‘Er wordt volgens E.K.O.-keur- merk normen gewerkt. Het werd een zachte, smeerbare kaas. Door verschillende bewerkingen en door toevoeging van kruiden van hoge kwaliteit is een assortment ontstaan van tien verschillende soorten verse geitekaas’, zegt Herman van Koeveringe. Afzet Wolverlei levert niet aan verdeelcentra, maar direct aan winkels en specialiteiten-restaurants. Daamaast staat Herman iedere zaterdag met een kraam – met volledig assortment – op de boerenmarkt in Amsterdam. Hij schat dat momenteel de helft van zijn produktie op de boeren ­ markt (Noordermarkt) wordt verkocht aan een vaste klan- tenkring. Op deze markt mag je overigens alleen verkopen alsjeE.K.O.-keurmerkartikelen verhandelt, ze zelfgepro- duceerd hebt en bovendien zelf als producent achter de kraam staat. Een kwart van de produktie wordt geleverd aan winkels (natuurvoedings- en reformwinkels, delicatessenwinkels) en het resterende kwart aan de horeca waar geitekaas tegenwoordig een modegerecht aan het worden is (in voor- gerechten en kaasplateaus). Het is de bedoeling dat uiteindelijk ruim zeventig melk- geiten op de geitenhouderij Wolverlei worden gehou- den.’s Zomers zullen ze buiten in de weilanden random de boerderij grazen. ‘s Nachts en ‘s winters wordt de kudde gehuisvest in de potstal. Dagelijks wordt een dikke laag stro ingestrooid en de dieren komen steeds hoger te staan, totdat de mest de stal wordt uitgereden (drie keerperjaar). Het is een echt ‘ groene ’ stal want de urine vermengt zich met het stro, de ammoniak vervluchtigt niet en er is dus weinig ammoniakuitstoot. De keuze voor de ouderwetse potstal valt te verklaren uit het feit dat het bedrijf werkt op biologisch dynamische grondslag. Dat betekent voor de bedrijfsvoering dat wordt gewerkt vanuit gezichtspunten, die Rudolf Steiner in 1924 aangaf voor een vruchtbareont- wikkeling van de landbouw. In de biologisch dynamische landbouw ligt de nadruk op de vruchtbaarheid van de bodem en op de gezondheid van vee en bedrijf. Men tracht zoveel geiten te houden dat de geiten zelf het land bemesten. Er wordt dus alleen orga- nisch bemest, er worden geen bestrijdingsmiddelen toege- past. Evenwicht ‘Op deze manier ontstaat er eerder een mesttekort dan een overschot. Dat tekort zou ik eventueel kunnen aanvul- len door wat kalveren te gaan houden. Geiten zijn namelijk slechte grazers. Kalveren zouden mooi het overgebleven gras en oud hooi kunnen opeten. Met nog wat biggen erbij, die het kaasafval eten, zou er een soort kringloop ontstaan, zonder verspilling of overschotten die in de biologisch dynamische visie uit den boze zijn. Je komt dan toch weer uit op het eeuwenoude en beproefde gemengde bedrijf. Ik geloof niet zo in die huidige monocultures’, aldus Van Koeveringe. De ruim zeventig melkgeiten worden winters ondergebracht in een potstal. ‘s Zomers grazen de dieren rondom de boerderij. Foto: John Mulder.