pagina 12 zomer 2010

Twickel Behalve de vele log£s konden ook onbekende bezoekers in de tuinen van Twickel hun hart ophalen. Zij noteerden hun naam in het bezoekers register, maar jammer genoeg hebben zij zich daarbij onthouden van com- mentaar. We moeten het doen met de ont- boezemingen van dominee Craandijk die in zijn Wandelingen door Nederland (1875) de lezer toeroept: ‘Gij kunt daar een schat van bloemen vinden, en groote grasvelden waar de herten onder hoog geboomte zich met een weinig fantasie in vrijheid kunnen gelooven. Gij kunt ereen sierlijke waterpartij opmerken en een opgeworpen berg, van welks top gij een ruim uitzigt geniet’. Jan David Zocher jr. Al voor haar huwelijk met J.D.C. baron van Heeckeren in 1831 besloot Cornelie gravin van Wassenaer het verouderde park van haar grootvader Carel George van Wassenaer een nieuw aanzien te geven. Het was met zijn kleinschalige opzet, verbrokkelde oever- lijnen en wirwar van kronkelpaadjes uit de mode en ook in verval geraakt. De land- schapsparken die rond 1830 in Engeland ontstonden, vormden een inspiratiebron voor een nieuwe, meer natuurlijke, vorm- Het Crote Meer, potloodtekening van A. Waldorp op 26 juli 1848. ‘Groot geluk va buiten te wezen’ Toen baron Van Heeckeren en zijn vrouw Cornelie na hun winterverblijf in Den Haag op 28 mei 1845 weer °P Twickel arriveerden, liepen ze meteen de tuin in. ‘Groot geluk van weer buiten te wezen’, schreef Cornelie in haar dagboek, ‘Wij wandelen nog naar de oranjerie en het park.’ Het echtpaar genoot van alles wat er groeide en bloeide en Het anderen graag in hun vreugde delen. tJUlll Percelenkaart, 1874. geving. Kenmerkend daarvoor waren een ruimere opzet met grote waterpartijen, golvende oeverlijnen, doorkijkjes tussen boom- en heestergroepen en zichtlijnen. De beroemde Duitse landschapsarchitect J.D. Zocher jr. (1791-1870) kreeg de opdracht een nieuw ontwerp voor het park te maken. Zijn oorspronkelijke ontwerp voor Twickel is niet bewaard gebleven. Wei zijn de verande- ringen ten opzichte van de laat achttiende eeuwse aanleg duidelijk te zien op de ‘Percelenkaart’ uit 1874. De grillige oever ­ lijnen van het Grote Meer heeft Zocher omgezet in harmonieus golvende lijnen. Het uitzichtbergje bleef gehandhaafd. Tuinsieraden De negentiende eeuwse landschaps- architecten ontwierpen ook objecten die als tuinsieraden moesten bijdragen aan de romantische beleving van het park. Het kon gaan om beelden, tuinkoepels, prielen, oranjerieen en kassen. Uit een rekening uit 1833 blijkt dat Zocher, naast een plan voor de verbouwing van de oranjerie, ontwerpen heeft gemaakt voor een menagerie of dierenverblijf, een ijskelder, een tempeltje en een ananassenkas. De verbouwing van de oranjerie bestond uit de aanbouw van een nieuwe vleugel. De andere vleugel was er al. Zo ontstond een symmetrisch gebouw met een vernieuwde voorgevel. Korte tijd later werd, ook naar een ontwerp van Zocher, een bloemenkas tegen de voorkant van de oranjerie gebouwd. In de oranjerie stond naast de citruscollectie ook een ‘hok met twaalf buitenlandse eenden, drie cacatou’s en drie paraquiten’. Rond