pagina 16 zomer 2004

Het familiewapen Het familiewapen van de Van Ittersums toont drie ezelskoppen. Dit wapen dateert uit het eind van de veertiende eeuw. De familienaam is trouwens van nog oudere datum. Er wordt al melding van gemaakt in 1120. De in het wapen voorkomende kleuren keel (rood) en zilver (wit) zijn de kleuren van het landgoed, die bijvoorbeeld terugkeren in de luiken van de boerderijen. Over het ontstaan van het wapen is een fraai verhaal bewaard gebleven, dat speelt ten tijde van de vroegere Duitse keizers. Een van zijn hovelingen zou tijdens een toemooi zijn tegenstander uit het zadel gelicht hebben en bij het openen van diens vizier de keizer herkend hebben. Verontwaardigd zei de keizer: “Gij zijt een ezel’’. Waarop de hoveling in het latijn antwoordde: “Id ter sum”. Dit klinkt hetzelfde als zijn naam en betekent: “Dat ben ik driemaal”. Of de legende op waarheid berust, is niet te zeggen. In elk geval wordt het wapen van de familie Van Ittersum gevormd door drie ezelskoppen van keel op een schild van zilver. Op het helmteken prijken twee ezelsoren. De familieleden doen veel zelf. Willem Hendrik en zijn echtgenote zijn dagelijks volop bezig. Daarbij worden zij bijgestaan door een klein team van medewerkers. De tuin- man en de onderhoudsman die twee rechterhanden heb ­ ben, zijn fulltimers. Daarnaast zijn er twee parttimers voor de verzorging van de boekhouding en het verdere onder- houd. Het jacht- en publiekstoezicht wordt uitgeoefend door twee vrijwilligers. Allen zetten zich met groot enthousiasme in voor de instandhouding, ontwikkeling en exploitatie van het land ­ goed. Aafke Brunt Literatuur: Landgoed ‘t Rozendael-’t Nijenhuis, Uitgave van de Vereniging Overijssels Particulier Grondbezit, Dalfsen, 1999. De kolk van de Noordmolen als haven De jaarrekeningen van de rentmeesters van Twickel vormen een schat aan gegevens. In de rekeningen van rentmeester Herborn (H.A.T. 2491) komen een paar interessante betalingen voor, waaruit blijkt dat er werd gevaren op de Azelerbeek. Zo staat er dat op 26 oktober 1765 vijf guldens en zes stuivers zijn uitgegeven. De omschrijving van de uitgave luidt als volgt: Op ordre van H.H.G.B. voor een douceur of premie betaald aan Jan Barends, Schuitevoerder tot Enter, ter oorsaake denselven d’eerste sijnde, die met een beladene schuijte circa a 22 ponden swaers (voor Frans Snijder uit Delden) met voile zeilen van Zwol komende in de molekolk bij de Noordmole voor de nieuwgemaakte schoeijinge en craan is aangekoomen. Een maand later staat er een soortgelijk bericht: Aan Jasper Luces cum suis voor drie schuijten Vrieseveense turf voor de allereerstemaal alhier in de Noordmoolewaterkolk aangekomen. De Noordmolen, geschilderd door J.H. Coster, 1890. Deze berichten maken duidelijk, dat het in die tijd mogelijk was om vanuit de Regge de Azelerbeek op te varen tot aan de Noordmolen. Ook was er een nieuwe beschoeiing gemaakt en een kraan geplaatst voor het lossen van schepen. Wellicht heeft dit graaf Carel George van Wassenaer Obdam in zijn overtuiging gesterkt dat er emploi zou zijn voor een goede vaarweg. Enkele jaren later, in 1771, begon hij immers met het laten graven van de Twickelervaart van de Regge naar Carelshaven! Jan Hakstegena met dank aan H. Reynders