pagina 12 zomer 1995

Twickeldag ’95 Begunstigd door een fraai zonnetje en een frisse bries, waren de omstandigheden voor deze zaterdag 20 mei heel wat beter dan we hadden gevreesd. ’t Hoogspel, ooit eens begonnen als een cafe juist buiten het Twickelgebied, was onze basis. Na het spelen van „hoog spel” tegenover de toenmalige baron van Twickel kocht deze laatste de eigen- wijze cafebaas uit, doch besloot later de kip met de gouden eiereren niet te slachten en er zelf een cafe-restaurant te vestigen. Zo kwamen er vele aardige anekdotes voor het voetlicht. Na het welkom door de voorzitter aan de ongeveer 65 deelnemers, begon de heer Gierveld met zijn uiteenzet- ting: Het beheer van natuurwaarden in de bossen. „Natuurwaarde” werd daarbij gedefinieerd als „rijkdom aan soorten”. Bij het beheer van natuur/cultuurterreinen in het algemeen en bij bossen in het bijzonder, dienen voort- durend keuzes te worden gemaakt. Bomen hebben per soort een redelijk voorspelbare levensduur. Bij eiken is dit zo’n250tot300jaar. Daarnabegint een aftakelingsproces, uiteindelijk eindigend in het afsterven. Vroeger werden grote percelen gelijktijdig volgeplant met een soort. Dat vergt dan weer een enorme kaalkap bij het bereiken van de top van de levensduur. Modern bosbeheer is veel meer gericht op een grote variatie in soorten en ouderdom op kleinere locaties. Daarbij wordt ook de ecologische waar- de van dood hout, zowel staand als liggend, nu hoog inge- schat. W aar dus eerder kapbesluiten per perceel werden geno- men, zo geldt dit thans per individuele boom. Veel kap is nodig wegens stormschade. En jonge eiken inplanten onder een bestaande hoge begroeiing werkt niet. De jonge bomen kwijnen dan weg. Daarom moet bij het planten van jonge eiken altijd een minimum-ruimte worden vrijge- maakt om voldoende licht in de jonge aanplant te waar- borgen. Tijdens de bosexcursie werden we in de gelegenheid gesteld een en ander zelf waar te nemen. We kregen een oefening in het doelgericht en kritisch kijken naar staande en in staat van vemieuwing verkerende percelen. Daartoe hadden de heren Gierveld en Roelofs een beoordelingslijst opgesteld met als doel het apart bekijken van kruid-, struik- en boomlaag, met daarbij een beoordeling van de ontwikkeling van natuurwaarden. Rond de dampende paarden van de huifkarren, die ons naar deze plaatsen had ­ den gebracht, werden de bevindingen besproken. Discussiepunt vormde onder andere de rhododendrons. Deze plant heeft wel degelijk een natuurfunctie, doch behoort niet tot de inheemse flora. Wel is hij al honderden jaren ingeburgerd als decoratief element in kasteelparken en wordt als zodanig door velen hoog gewaardeerd. Ook hier dus weer een keuze: puriteinse Europese boscultuur of het toelaten van invloeden uit historie en cultuur? Vast staat dat bosbouw een zaak is van de lange adem: de bosbouwers van nu bepalen het bosbeeld voor toekom- stige generaties. Maar zij worden geconfronteerd met het Tijdens de bosexcursie. Het vervoer vondplaats per huifkar.