pagina 12 zomer 1992

Inheemse boomsoorten en extensief beheer Twickel streeft naar evenwicht tussen houtproduktie en natuur Van veel kanten klinkt de roep om meer natuur in het bos. Tegelijkertijd vormen de inkomsten voor de meeste boseigenaren een voorwaarde voor het in stand houden van hun bezit; zo ook voor het landgoed Twic ­ kel. Waar mogelijk is proberen we op Twickel natuur en houtproductie met elkaar in evenwicht te brengen. G.J. Roelofs* We zien niet alleen de bosbodem maar de boslevens- gemeenschap in zijn totaliteit als productiemiddel. Het bos wordt niet altijd meer geexploiteerd als een gewas dat wordt geplant, verzorgd en tenslotte in zijn geheel geoogst, maar als een permanent aanwezig systeem, waaraan duurzaam producten onttrokken kunnen worden. De mogelijkheid van houtoogst wordt op Twickel mede bepaald door de mate waarin het element natuur voorrang heeft. Er wordt in de bossen waar we natuur en houtproductie samen wil- len laten gaan, gestreefd naar een bos wat – voor een deel – uit inheemse boomsoorten bestaat. Het bos heeft een vrij open gevarieerde structuur en er be- vindt zich een aandeel dood hout. Het beheer is ex ­ tensief en de ingrepen vinden geleidelijk plaats. Het ringen van bomen Dunnen Inheemse soorten Dunnen is het verwijderen van bomen uit het bos waardoor de achterblijvende bomen meer ruimte krijgen om zich te ontwikkelen. Het selecteren van de bomen die er uit gaan en die blijven gebeurt door de blesser. Dit vervult hierbij een sleutelrol. Door middel van dunnen kan gestuurd worden in houtkwaliteit, men- ging van verschillende boomsoorten en bosstructuur. Daarnaast geven dunningen houtopbrengst zonder dat er kosten van verjonging tegenover staan. In een bos met de doelstelling houtproductie zal de blesser de slecht gevormde bomen wegnemen ten gunste van de rechte niet betakte bomen. In een bos met een doelstelling gericht op natuur kan de blesser juist kiezen voor het bevoordelen van een mooie kromme eik of den. Het motto luidt dikwijls: liever een open plek dan een slechte boom. De open ruimte biedt immers kan- sen voor natuurlijke verjonging (van liefst inheemse soorten). * G.J. Roelofs is assistent-bosbaas van Twickel. De voorkeur voor gemengd bos met inheemse soor ­ ten berust op het feit, dat dit meer bestaansmogelijk- heden biedt voor hier te lande thuishorende organis- men en bosecologische processen. Veel insectensoor- ten horen bij een bepaalde boomsoort en het blad is voedsel voor bodemorganismen. Dit is de basis voor de natuurwaarde van het bos. Oud bos, waarin de natuur gedurende langere tijd met rust is gelaten geeft leven aan een veelheid van planten en dieren. Veel organismen hebben vele jaren nodig om hun plaats in het ecosysteem in te nemen. Bos wordt ook mooier naarmate het ouder is: markante bomen en een verscheidenheid aan onderbegroeiing komen steeds meer tot harmonie. Geleidelijkheid van maatregelen is daarom een uit- gangspunt van het bosbeheer. Dat houdt onder meer in dat de bosverjonging altijd geleidelijk zal verlo- pen. Kaalkap over grote oppervlakten dient in begin- sel voorkomen te worden. Verjonging van een opstand zal zich dus bij voorkeur over een langere periode uitstrekken en binnen de opstand zelf.