pagina 12 winter 2010

rSh Twickel Kamerheer Van Heeckeren kunstkenner Willem II Op 12 augustus 1850 trof de top van de Internationale kunstwereld elkaar in Den Haag. Kunsthandelaren en vertegenwoordigers van musea in Parijs, Londen, Brussel, Berlijn en Frankfort evenals gezanten van Duitse vorsten- huizen waren overgekomen voor de grote veiling van de schilderijen in de kunstgalerij van de koning. De tsaar had zijn ambassadeur met gedetailleerde instructies gezonden. Ook Jacob Derk Caret baron van Heeckeren van Wassenaer was onder de 587 geregistreerde bezoekers om dit evenement bij te wonen Nifaise De Keyser, Albert et Isabella a I’universiU de Louvain. De aartshertogen Albert en Isabella wonen aan de universiteit van Leuven een les bij van Justus Lipsius, 1844. Collectie van de Furst zu Castell Rudenbausen. In 1849 was de door schulden overladen koning Willem II overleden. De vorst had op te grote voet geleefd. Met zijn gemalin Anna Paulowna had hij grandioze ontvang- sten georganiseerd. Ook op andere wijzen wist het echtpaar geld uitte geven. In 1842 was de door Willem II ontworpen neo- gotische galerij, die aan het in neoclassi- cistische stijl verbouwde paleis aan de Kneuterdijk was toegevoegd, gereed gekomen. De grote feestzaal diende tege- lijkertijd als kunstgalerij. De koning had namelijk een grote collectie schilderijen, tekeningen en beeldhouwwerk aangelegd met werken van beroemde schilders als Van Eyk en Rafael, Michelangelo en Da Vinci. Naast de 192 schilderijen van oude meesters, waaronder vijf topstukken van Rembrandt waren er ook werken van levende meesters uit de Nederlanden en Frankrijk De koning steunde een aantal vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse kunstenaars met geld en opdrachten en stond ook in levendig contact met hande- laren en andere collectioneurs. Veiling Er moest iets formidabels gebeuren om de nagelaten schulden te kunnen voldoen. Het aanbod van tsaar Nicolaas I, de broer van Anna Paulowna, om de collectie te aanvaarden, in ruil voor de verefFening van schulden, onder meer aan hem zelf, werd onder druk van de jongste kinderen prins Hendrik en prinses Sophie van de hand gewezen. Prins Frederik, de broer van de koning, had de schuld van ruim een miljoen gulden aan de tsaar voorlopig voor zijn rekening genomen. Op grond van eer- dere taxaties was hij namelijk van mening dat de waarde van de verzameling het bedrag der schulden ruim zou overtreffen. Hierop werd besloten de schilderijen te veilen. Dit bleek echter een dramatische beslissing te zijn. Tijdens de veiling gingen tal van schilderijen van de hand onder de vastgestelde prijs, terwijl een aantal werken werd vastgehouden. De opbrengst van de eerste veiling bleef ver beneden het bedrag dat de prins had voorgeschoten. Eigentijdse kunstenaars Als kunstverzamelaar krijgt Willem II navolging van de hofadel. Schilders die aan het hof een goede reputatie genoten, kregen ook opdrachten van baron Van Heeckeren van Wassenaer. De hofschilders Van der Hulst en De Keyser gaf hij op ­ drachten voor familieportretten. Evenals de koning bezocht hij de in Den Haag werkende schilders Andreas Schelfhout en Huibert van Hove, maar ook kwam hij in de ateliers van Franse schilders als Gudin en Brascassat. In de loop van zijn leven verzamelde de baron een grote collectie schilderijen van eigentijdse kunstenaars. Het merendeel van zijn aankopen noteerde hij in een schriftje, dat hij bijhield in de periode 1837-1874. Helaas was hij daarin niet erg consequent. Voor het overzicht van de schilderijen- collectie dat ik in opdracht van de Stichting Twickel samenstelde, vond ik ook ge- gevens in zijn agenda’s, kwitanties en correspondentie. Uit de verschillende persoonlijke stukken blijkt dat de collectie van de baron bestond uit minstens no schilderijen en 10 familieportretten. Alle portretten zijn getraceerd, daarvan hangen er 8 op Twickel. Van de schilderijen zijn er