pagina 12 winter 2002

Priesterlijke zorg en ridderlijke strijd uanuit het klooster Hof tc Dieren en de Duitse Orde I n 1218 schonk Adolf graaf van Bergh zijn bezit het Hof te Dieren aan de Ridderlijke Duitse Orde. Deze vestigde hier haar eerste com- manderij op het grondgebied van wat later Nederland zou worden. De commanderij, zoals zo’n plaat- selijke vestiging heette, kwam onder een hogere instantie in de organisatie. de Balije van Koblenz. Twee eeuwen later werd de commanderij verkocht aan de Balije van Aldenbiesen in Belgisch Limburg, die het bezit spoe- dig weer doorverkocht aan de Balije van Utrecht. In zo’n commanderij, een klooster- tje eigenlijk, woonden en werkten rid- der- en priesterbroeders die in kuis- heid, armoede en gehoorzaamheid moesten leven. Archief In het archief van de Balije van Utrecht, gevestigd in het Duitse Huis aldaar, bevinden zich een kleine 250 stukken die betrekking hebben op de commanderij van Dieren 1 ). Deze gaan over algemene zaken, benoemin- gen, ruzie’s en een kleine 200 stukken gaan over de verwerving, verkoop en het beheer van bezittingen. Over het dagelijks leven in de commanderij is daar niets bij. De ridders zullen zich bezig gehouden hebben met de verde- diging en met het beheer, de priesters met de zielzorg in de onder de com ­ manderij vallende parochiekerken. Een enkele oud-commandeur wordt na een schenking opgenomen in het convent, het huis op het Hof te Dieren. De opneming hield in dat een kamer, bediening. kost en verzorging werd verschaft. Soms waren er gasten. De bezetting van het huis bestond vaak maar uit enkele ridders en priesters. Er was ook personeel, waaronder hori- gen. Het huis was vrij groot. Het gebouw is nog te herkennen als onder- deel van de latere behuizing in de Oranjetijd. Van dit gebouw zijn tij- dens de in 1990 op het Hof te Dieren verrichte opgravingen nog enkele res- tanten aangetroffen 2 ). In het midden van de 15e eeuw is het huis een tijd verlaten geweest van- wege de oorlog tussen Gelre en Kleef. Ook tijdens de tachtigjarige oorlog was dit een poos het geval. Beleg van Akko De Ridderlijke Duitse orde is naast de Johanniter Orde en de Tempeliers, een van de drie grote kruisridderor- den. Zij is ontstaan tijdens de derde kruistocht (1189 – 1192) die op gang was gekomen na de herinneming van Jeruzalem door sultan Saladin van Egypte. Aan deze kruistocht namen veel Duitsers deel. De leider was de Duitse keizer Frederik Barbarossa, die echter onderweg in een rivier ver- dronk. Zijn zoon nam toen de leiding over. Voor de kuststad Akko werd een langdurig beleg geslagen, waarbij soms vele zieken en gewonden in de hete zon op het strand bleven liggen. Kooplieden uit Liibeck en Bremen, Uitsnede uit een kaart van de bezittingen van de Balije van Utrecht in de 13e en 14e eeuw. De bezit ­ tingen bevonden zich voomamelijk in Holland, Utrecht en Gelderland. Overgenomen uit: Inventaris van het archief van de Ridderlijke Duitsche Orde Balije van Utrecht 1200-1811. De in Zuid-Duitsland door de Duitse Orde als patrones verei huis. Nu staat het in de tuin bij het verpleeghuis St. Elisabeth into J. Mulder.