pagina 12 winter 2000

de dodenwacht naast de opgebaarde overledene. Tij- dens de begrafenis zes dragers en een man, die voorop loopt achter de priester of de dominee. Aangezien de familie Haan protestant was hoefde in dit geval niet te worden bepaald wie tijdens de kerkdienst zouden col- lecteren en wie de bidprentjes moesten uitdelen. De invulling verliep moeiteloos op basis van vanzelf- sprekendheid. Ik heb het later ook nooit anders meege- maakt. Kennelijk werd ik ontzien vanwege mijn oner- varenheid. Voor het eerst hoorde ik toen ook van de rol van de Twente was van oorsprong niet een erg welvarende streek, dus weinig grote boeren, onder andere daaraan te herkennen, dat zij in het algemeen meer dan een paard hadden. Vandaar, dat oorspronke- lijk de boerenwagen, waarop de kist werd vervoerd alleen bij de grote boeren werd getrokken door twee paarden en dat gebeurde dan ook bij de noabers van deze families. Begrijpelijk, dat de grote boeren door de eeuwen heen zeer populair waren als noaber-doden- boer. Hoewel de boerenwagen al vele jaren geleden is ver- vangen door de moderne lijkwagen was er toch nog iets van overgebleven, in zekere zin de rol van ceremonie- meester. In dit geval had dan ook Hennie van de Vocker de regie bij het uitdragen en bij het bevolken van de volgauto inclusief het openen en sluiten van de portie- ren. Noagrove Van de begrafenis kan ik mij niet zo heel veel herin- neren. Wei van het gebeuren na afloop. Eerst met alle aanwezigen naar de koffietafel bij De Engel in Delden en daama de met de familie en de naaste buren ten huize van de overledene. De familie in de woonkamer, de buren op de deel. Eerst napraten met koffie. Van lieverlee werden de gesprekken algemener en ten slotte kwam bakker Haan met een kratje bier en wat frisdrank. "Ik zal jullie alles wel een keer uitleggen" zei Ab Snij- ders toen we naar huis liepen. Twee jaar later, na heel wat begrafenissen kwamen wij na het plotseling over- lijden van Ab Snijders in de rol van de neuste noabers. Kort na het overlijden van mevrouw Haan maakten we een Katholieke begrafenis mee met na afloop de kof ­ fietafel bij cafe Pot in Beckum. Toen iedereen binnen was stelde cafehouder Pot zich op bij de deur, verzocht om stilte en vervulde vervolgens tot onze verbazing de rol van voorbidder met het Onze Vader en het Wees Gegroet. Daama verdween hij weer snel naar de keu- ken. Niemand keek daar van op. Vaak was er onder de familieleden wel een priester, die daarvoor werd gevraagd. Zo niet dan een buurman of, zoals in dit geval de cafehouder. Na al die jaren is voor mij onuitwisbaar gebleven het beeld van de dodenwacht bij de condoleance of de avondwake. Aan weerskanten van de overledene een buurman, onbeweeglijk in jacquet. Veelal in de aula, maar soms ook aan huis. Focco Vollema De Laatste Eer Enige keren per jaar verspreidde Werkgroep Oele een bulletin, waarin de nodige evenementen en vergaderingen van de komende maanden werden aan- gekondigd. In het bulletin van het najaar 1987 zagen wij de aankondiging van een vergadering van de Onderlin- ge Lijkwagenvereniging ’De Laatste Eer’. Op die avond was ik verhinderd. "Zal ik daar maar eens naar toe gaan", zei Samuela "dat bestuur verzet in stilte toch nuttig werk". Thuisgekomen op die bewuste avond wachtte mij een boeiend relaas. De laatste vergadering had plaats gehad twaalf jaar geleden. Oude Rikmanspoel, de secretaris- penningmeester, met voor zich een dik boek nam het woord en gaf vervolgens op onnavolgbare wijze met naam en toenaam een overzicht van de zestig uitvaarten in de afgelopen twaalf jaar. Het deed denken aan de kro- niek uit Genesis. Hij had ze allemaal bijgewoond en wist bij wijze van spreken nog hoe de weersomstandig- heden waren geweest. Wij herinnerden ons nog de snijdende kou in Beckum bij de begrafenis van Herman Morskieft in januari 1987 met de dragers in jaquet zonder overjas. Oude Rikman ­ spoel had dan ook gememoreerd, dat in december 1987 voor de somma van f 1250 tien capes als uitvaartkleding waren aangeschaft. Na afloop werd gevraagd om nieuwe leden voor de kascommissie. Mijn vrouw was zo onder de indruk van de kroniek, dat ze tot haar verbazing merkte, dat ze met een zoon van Bunte de vinger had opgestoken. Vijf jaar later was het zover. Toen ze samen met Bunte en Rik ­ manspoel het grote boek doomam vertelde haar mede- commissielid, dat hij in de verstreken periode van vijf jaar naar Canada was geemigreerd was en al weer enige tijd als spijtoptant terug was. Beiden hebben het jaar daarop nogmaals de boeken gecontroleerd. De vereniging is opgericht 1 maart 1953. Aanleiding was een koude winterse tocht achter een door paarden getrokken boerenwagen. Artikel 1 van het reglement luidt: De vereniging heeft tot doel de leden te voorzien van