pagina 12 winter 1996

Winterse kost In vroeger tijd toen het ’s winters nog goed koud kon zijn, werd er stevig gegeten. Uit die dagen stamt het door barones M.A.M.A. van Heeckeren van Wassenaeropgete- kende recept voor een echt Twickelse schotel, “Rijst met pruimen”. Men gaat als volgt te werk. “Men kookt de rijst met melk en suiker naar de smaak – niet zoo dun als men die in een vorm wenst-. Pruimen apart gekookt. Zorgen dat die niet stuk kooken, men doet dan de rijst in een vorm, de pruimen er om heen. Wordt gebruikt met vanille of melksaus met kaneel. Op dezelfde wijze maakt men rijst met krenten – een oude Twickelse schotel”. De kerstmaaltijd werd afgesloten met een plum ­ pudding, naar oud gebruik “Plumpodding” genoemd. Hiervoor ’’schilt men appels en snijdt ze aan zeer kleine stukjes. Domp ze in boter week en vermengt ze met rozij- nen, krenten, suiker en kaneel. Neemt dan geraspte brood- jes, holt die uit, vult ze met de appelen en bakt ze in boter gaar. Men geeft er een maderawijnsaus bij, waarin men fijn gesneden amandelen gedaan heeft”.