pagina 12 lente 1995

Hooiberg verdwijnt in snel tempo uit bet landschap De „Kapbaarg” is het behouden waard De opkomst van de grootschalige landbouw heeft in Twente het uiterlijk van veel erven doen veranderen. Ook op Twickel heeft men steeds verder in de pas moeten leren lopen met eigentijdse agrarische ontwikkelingen. Boerderijen werden groter. Er werden enorme schuren bijgebouwd. Veel tradi- tionele bedrijfsgebouwen verdwenen. Zo hadden hooi- of korenbergen – ook wel kapbergen genoemd – door wijzigin- gen in de bedrijfsvoering en veranderende gewassenteelt weinig of geen nut meer. Maarten Hermanussen Als gevolg van bedrijfsmodernisering moesten ze daar- om begrijpelijkerwijs vaak het loodje leggen. Waar deze kapbergen nog wel staan, vormen zij een karakteristiek element in het landschap. De bouwsels hebben altijd tot de verbeelding gesproken: menig zwerver vond er in het ver- leden een slaapplaats, menig paartje een liefdesnestje. Vroeger moeten ze ooit bij bijna elke boerderij hebben gestaan, tegenwoordig echter lijkt het zoeken naar een kapberg op het zoeken naar de spreekwoordelijke speld in de hooiberg. De nieuwe tijd Tot in de jaren vijftig was het boerenbedrijf nog heel eenvoudig. Een stuk of tien koeien was al voldoende voor een sober bestaan. Met wat werk buitenshuis, vaak voor Twickel, en een handvol kippen of een hok met varkens erbij kon men het hoofd boven water houden. Deze situatie bleef onveranderd tot omstreeks 1960. Ook op Twickel deed toen de nieuwe tijd zijn intrede. De landbouw maak- te in hoog tempo ingrijpende ontwikkelingen door: mechanisering, intensivering, specialisatie en schaalver- groting. Inmiddels zijn bijna alle kleine boeren op Twickel ver ­ dwenen. De gemiddelde bedrijfsoppervlakte van de Twickelboeren is inmiddels gestegen tot 25 hectare. Voor het kleinschalige landschap is dat echter niet zonder gevol- gen gebleven: ligboxenstallen, ontwatering van natte per- celen en mest problemen hebben ook op Twickel hun spo- ren nagelaten, zij het in mindere mate dan elders. Op Twickel heeft men deze noodgedwongen, door de econo- mische motieven gedicteerde ontwikkelingen, door een terughoudend beleid toch nog redelijk in de hand weten te houden. Zodoende wist men niet alleen veel van het land ­ schap maar ook de prachtige boerderijen daarin te behou ­ den. Kapbaarg In zijn Twents woordenboek, omschreef Dijkhuis de kapbaarg als „vier palen met puntdak, waaronder hoge sta- pels hooi, stro of ongedorst koren”. Daamaast wordt het woord „Zoadbergen”, mijten van ongedorste rogge of

Kapberg in Woolde. Rechtopgaande eikestammen werden gebruikt als bergroede  Foto: Cas Oorthuys: