pagina 12 herfst 1999

aantal boeren heeft te kennen gegeven hier interesse voor te hebben. Het moet mogelijk zijn hier een praktische invulling aan te geven. Twickel heeft al enkele werkpak- ketten aan pachters aangeboden. Dit is een eerste kleine stap. Daamaast zal Twickel proberen structurele financie- le bronnen aan te boren. Pachters zullen zelf de verant- woordelijkheid moeten nemen voor verdere opbouw van de organisatie. Er kan stap voor stap worden toegewerkt naar een boerenvereniging die op een zakelijke basis meer omvangrijke werkpakketten van Twickel kan aannemen. Agrotoerisme Een van de mogelijkheden voor nevenactiviteiten wordt gevormd door kleinschalige recreatie op de boerderij. Het merendeel van de pachters en Twickel zijn het erover eens, dat er meer mogelijkheden zijn dan waarin het huidige aan- bod voorziet, dat dergelijke activiteiten het landschap niet mogen aantasten en dat het daarom vooral gaat om inpan- dige voorzieningen, zoals logies. Enkele personen gaven aan enige interesse op dit vlak te hebben. Het volgende ambitieuze plan is voorgesteld: pachters en Twickel ont- wikkelen samen een ‘Twickel-formule’ voor kwalitatief hoogwaardige appartementen op de boerderij in het duur- dere marktsegment; in leegstaande gebouwen, zoals de karakteristieke Twickelschuren of op de deel kunnen drie appartementen komen volgens de eisen van de Twickel- formule. Er wordt begonnen met een of twee gei pachters. Indien het bevredigend loopt, wordt het aantal deelnemers uitgebreid; promotie en verhuur wordt geza- menlijk verzorgd. Indien gewenst kan Twickel als finan ­ cier fungeren. Zo kan een redelijk aanbod ontstaan dat gezamenlijk en herkenbaar -met gebruik van de naam Twickel- in de markt gezet kan worden. Pachters kunnen uiteraard ook zelf met plannen komen. Indien er op termijn meer toeristisch aantrekkelijke objec- ten op Twickel komen -naast het kasteel, de tuinen, de museumboerderij Wendezoele, de geitenboerderij met huisverkoop en de watermolen bijvoorbeeld nieuwe appartementen, bedrijven met huisverkoop en bedrijven die streekeigen producten maken- kan de vermarkting van het landgoed in toeristische zin gezamenlijk ter hand geno- men worden. Fietsroutes en gezamenlijke folders kunnen de verschillende plaatsen met elkaar verbinden. Kwaliteitsproducten Een andere mogelijke verbredingsactiviteit op het boe- renbedrijf is het maken van specifieke kwaliteitsproducten of streekeigen producten. De interesse bij pachters om hier- mee aan de gang te gaan is echter zeer gering. Enkele perso ­ nen hebben enige interesse. Collectieve initiatieven zijn daarom momenteel niet kansrijk. Individuele kleine initia ­ tieven zijn kansrijker. Producten moeten zeer specifiek zijn, geent zijn op de sterke punten van het gebied, een hoge kwa- liteit hebben, exclusiviteit uitstralen, zich richten op het duurdere segment van de markt en goed gepresenteerd wor ­ den. De vraag vanuit de vakhandel en de betere restaurants naar zulke producten is groot. Er is een scala aan producten denkbaar. Als in de loop van de tijd meerdere individuele boeren specifieke kwaliteitsproducten gaan produceren zal het mogelijk zijn de vermarkting te coordineren en (deels) geza ­ menlijk ter hand te nemen, bijvoorbeeld door introductie van een ‘Twickel-labef en verkoop in een landgoedwinkel. Reactie van Stichting Twickel Bij het stichtingsbestuur bestaat veel waardering voor de eerlijke en open werkwijze van de Wageningse onder- zoekers. Hierdoor is een goed beeld ontstaan van de land- bouw op het landgoed. Helder is weergegeven welke pro- blemen op de bedrijven afkomen en welke wensen men heeft. Ook zijn de kritische geluiden in kaart gebracht. Het is goed om van deze kritiek op de hoogte te zijn en ervan te leren. Onze energie moeten we op een positieve manier inzet- ten ten gunste van de gemeenschappelijke belangen van de landbouw en het landgoed. Zowel de stichting als de pach ­ ters hebben veel te winnen met een goede samenwerking bijvoorbeeld door samen te pleiten voor het behoud en samen te zoeken naar nieuwe mogelijkheden om de bestaansbasis voor landbouwbedrijven te verbreden. Het rapport doet belangrijke voorstellen voor de toe- komst van de landbouw. Dit “plan van aanpak” is tot stand gekomen na diepgaand overleg met de begeleidingscom- missie en de pachterscommissie. Het heeft de volledige instemming van het stichtingsbestuur gekregen. Het gaat om een plan in hoofdlijnen waarvan de betekenis in de praktijk moet blijken. Het bestuur wil hier concreet invul ­ ling aan geven. Zo zijn er nieuwe beleidslijnen geformu- leerd voor uiteenlopende zaken. Bij de verdeling van schaarse middelen zoals grond en melkquotum zal een inschrijving worden georganiseerd, waarbij het bedrijfsplan van de inschrij ver een hoofdrol zal spelen. Het initiatief wordt daarmee vooral bij de pachter gelegd. Pachters zullen zoveel mogelijk betrokken worden bij het beheer van beheersgronden en landschappelijke elementen. In overleg met de pachterscommissie zal een systeem worden ontwikkeld voor redelijke pachten waarbij meer rekening zal worden gehouden met beperkende omstan- digheden zoals beplantingen. Initiatieven van pachters voor verbreding van hun bedrijf zullen door de Stichting positief tegemoet worden getreden. Hierbij zijn al enkele ideeen geopperd zoals logies op de boerderij, omschakeling naar een ecologisch bedrijf, en een ‘landgoedwinkel’. Het rapport lost niet alle problemen op maar het zet zeker wel een grote stap voorwaarts. De wijze waarop het tot stand gekomen is en ontvangen door de pachters geeft hoop voor de toekomst van de landbouw op het landgoed.