pagina 11 zomer 2011

ftCWCOlCIl veil 1IUU£ § 4. Krijcjsbedrij Actevanseclusie. Het herstel van voordeeligst op tier terwijl de schrand* ze bewind wist t der Prinsgezinden lusten aanleiding g Weldra echter v landschen oorlog g( de Ooslzee namelijk Zweden en Denemarl waarom de AJgeme De aantekening van Rodolphe op een pagina nit Handleiding tot de kennis der Vaderiandsche Ceschiedenis. Stokpop Het poppenspel was al een eeuwenoude vorm van volksvermaak, maar Jan Klaassen gaf er een nieuwe draai aan, hij maakte zichzelf en zijn vrouw Katrijn tot hoofd- personen en voerde ook een personage op die de nieuwe machthebber moest voor- stellen: de raadpensionaris Johan de Witt en hij noemde hem spottend Snikhals. Snikhals was een ‘stokpop’, waarvan de hals heel lang kon worden. Volgens de be- schrijving uit die tijd droeg hij het kostuum van een raadsheer, sprak hij geen woord, snoof (snikte) hij alleen maar en rees door middel van de stok zijn hoofd steeds hoger en hoger in de poppenkast. Snikhals voelde zich immers hoog verheven boven iedereen en was de vertegenwoordiger van de rijke arrogante burgerij, de kapitaal- krachtige kooplieden, gehaat bij het gewone volk. We weten allemaal hoe het is afge- lopen met Johan de Witt, hij werd in het Rampjaar 1672 door een woedende menig- te vermoord. Het eind van het poppenkast- verhaal was altijd hetzelfde: Jan Klaassen schold Snikhals uit voor landsdief en ‘uitgerekte verrader’ en gaf hem tot slot een flink pak rammel met zijn stok. Rodolphe bedoelde zijn ‘Snikhals met drie uitroeptekens’ vast en zeker ook spottend. Het impliceert zijn voorkeur voor de Oranjes, terwijl Jacob van Wassenaer Obdam destijds helemaal niet zo Oranje- gezind was. In hetzelfde hoofdstuk van het bovengenoemde geschiedenisboekje worden de kwaliteiten van luitenant- admiraal Jacob van Wassenaer, Heervan Obdam genoemd en ‘zijne regtschapen- heid en gehechtheid aan de Staatsgezinde Partij’ geprezen. Rodolphe beschouwde Jacob van Wassenaer Obdam als familie, hoewel ertussen hen geen directe ‘bloed- band’ was. Jacob van Wassenaer Obdam was een voorvader van Marie Cornelie van Wassenaer (1799-1850), de eerste vrouw van Rodolphe vader, J.D.C. van Heecke- ren( 1809-1875). Rodolphe en zijn familie waren twee eeuwen later trouwe aan- hangers van het koningshuis. Zijn ouders hadden functies aan het hofte Den Haag en onderhielden goede relaties met de Koninklijke familie. De kinderen Van Heeckeren werden zelfs uitgenodigd op het Koninklijk kinderbal op Paleis Noordeinde. De Groote Poppenkast Zo is er een typisch Hollandse variant ontstaan op het al eeuwen oude en in verschillende landen in Europa bekende poppenkastspel. De propagandistische bedoelingen van de voorstellingen van Jan Klaassen luwden in de loop der tijd. In latere jaren zat hij zwaar onder de plak van zijn kwaaie wijf Katrijn en werden de ruzies tussen beide echtelieden het onderwerp van de poppenkastvoorstellingen. Ook Marie, George en Rodolphe hebben hier- Rodolphe van Heeckeren van Wassenaer. van kunnen meegenieten dankzij hun beweegbare poppenkastboek: De groote Poppenkast, de vermakelijke geschiedenis van Jan Klaassen en Katrijn, met acht gekleurde litho’s met beweegbare onderdelen, uitge- geven in 1862 door H. Nijgh te Rotterdam. Tijdens de voorstelling werden de toe- schouwers gestimuleerd luid mee te zingen terwijl ze de figuren in de poppenkast in beweging konden zetten door papieren strookjes heen en weer te schuiven. De verschillende scenes zullen toen hilarisch geweest zijn, vandaag de dag is de humor niet meer helemaal te begrijpen. Jan Klaassen beschimpt alle tegenspelers in de poppenkast en mept er flink op los; Katrijn en haar kind, de diender, de clown en de moor moeten het allemaal ont- gelden, totdat Jan zich vergist in zijn kracht. In de laatste sedne geeft hij zich gewonnen als hij in de benen wordt gegrepen door het dappere hondje Fidel. Grappig is dat de moor met een wonderlijk accent spreekt: ‘ ikke gehoord heb, jij Jan Klaassen altoos ruzie zoek! ‘ De kinderen werden gestimuleerd uit voile borst mee te zingen met de liedjes in het boek. In verschillende ‘tonelen’ zingt Jan Klaassen vermakelijke verzen op melodie- en van toen bekende liederen, zoals het studentenlied ‘lo Vivat’ en vreugde in het leven’ of de bakerliedjes ‘daar liep een patertje’ en ‘Alle eendjes zwemmen in het water’. In het zevende toneel, getiteld Jan Klaassen en Fidel, zingt Jan een strijd- lied op de melodie van ‘Wien Neerlands Bloed’. Dit door Hendrik Tollens geschreven gedicht, was het officiele Nederlandse volkslied tussen 1817 en 1932. Jan Klaassen, met zijn gebochelde rug en lange kromme neus, is een nakomeling van de schertsfiguren uit de i7e eeuwse Italiaanse Commedia dell’ arte. Dit volks- toneel raakte in dei8e eeuw uit de mode, maar de ondeugende personages keerden terug in veel 19c eeuwse kinderboeken omdat ze zich uitstekend leenden als rolmodel voor goed en slecht gedrag, destijds een geliefd kinderboekenthema. Christine Sinninghe Damstt