pagina 11 zomer 2005

Delden Oranjerie bij het Kasteel „Tvickel Twee sfinxbeelden bewaken de hoofdingang. Ze kijken elkaar aan. De twee leeuwen op hoeken van de daklijst kijken elk naar buiten. Architecten in de lage landen kiezen daarna steeds vaker voor de vormentaal uit de klassieke oudheid en verfraaien de gebouwen met motieven van guirlandes. acanthusblad, laurierbladen. Tuinontwerpers plaatsen tuinomamenten van adelaars, leeuwen en sfinxen. Datering Het werd in de negentiende eeuw een rage om loden kopieen te maken van oude of zelfs originele exemplaren uit de oudheid. Naast loden reproducties werden diverse andere materialen gebruikt zoals zink, brons en gietijzer. Ook werden ze wel uit zandsteen gebeeldhouwd. In het huisarchief Twickel werden geen stukken betreffende de aankoop van de sfmxen aangetroffen. Wel aanwezig is een prijscourant van tuinmeubilair en tuinbeelden van de wereldtentoonstelling in Parij s (1866). Hierop staan enke- le sfinxen afgebeeld. J.D.C. baron van Heeckeren van Wassenaer bezocht deze tentoonstelling en heeft waar- schijnlijk hier het idee opgedaan om dergelijke figuren op het dak van zijn oranjerie te plaatsen. (Huisarchief Twickel, inv.nr. 2989) Een exacte datering van de aan ­ koop van de figuren is helaas niet mogelijk. Maarten Hermanussen De steenhouwer Bitter Bepaalde narnen hebben een bekende klank in de his ­ toric van kasteel Twickel. Wie zich verdiept in de archivalia van het Huisarchief treft die narnen regel- matig aan, maar helaas vervagen ze toch weer in de loop der jaren. Slechts een enkele naam leeft een langere voort. Naast de mannen als Petzold, Hesketh of Weatherley leeft de herinnering aan de rentmeesters van Twickel langer door. Zo heeft de naam Bitter nog steeds een bekende klank. Naast de huismeester en de beide rentmeesters Bitter kwam ik nog een Bitter tegen die diensten aan Twickel verleende. Het betreft J. Bitter, die onder rentmeester H. Mulder (1841 -’70) in totaal zesentwintig keer in zijn rekeningen voorkomt. Bind 1844 werd afgerekend met J. Bitter als steenhouwer. De rentmeesters- rekeningen geven meestal wel de functie van een ondememer aan, maar een gedetailleerde nota die de werkzaamheden omschrijft, ontbreekt veelal. Een enkele afrekening geeft gelukkig wel informatie over de werkzaamheden van deze steenhouwer. Op 27 februari 1846 werd J. Bitter betaald voor het Tetteren en merken van stenen paardebakken op erven’. Hij is dus de man van wie we voor vele boerde- rijen op Twickel en Weldam nog de zandstenen voederbakken aantreffen waarop de initialen TW (Twickel-Weldam) voorkomen. Op 31 juli 1848 noteerde rentmeester Mulder een betaling aan J. Bitter van f 33,75 voor ‘het stellen van deklijsten op de grachtmuur en het verzetten van beelden’. Alle overige betalingen aan J. Bitter ver- melden slechts de functie steenhouwer. H. Reynders Bron: Huisarchief Twickel, inv.nr. 2505