pagina 11 zomer 2003

Een investering door de plaatselijke adel Het afzanden van de Wassenaarse binnenduinen Eeuwenlang is in Wasenaar cultuurgrond gewonnen door hoge zandgronden tot zo’n 70 cm boven de grondwaterspiegel af te graven, af te zanden. En al heel lang wordt dit zo verkregen ‘teelland’ voor met name de bollenteelt gebruikt. W assenaar kent landinwaarts van de strook jonge duinen langs de kust, eerst nog een brede strook binnenduinen en dan, afwisse- lend, laaggelegen poldergebieden en oude duinstroken, zogenaamde strandwallen ‘de geestgronden’, waarover de wegen lopen waarop tal van boerderijen een uitweg hebben en waarop ook het dorp ligt. Het hierbij weerge- geven kaartje uit 1647 laat dit goed zien. De duinen waren veel minder begroeid dan thans het geval is. Het moeten echt stuifduinen geweest zijn. Het overstuiven van land was dan ook een voortdurende bedreiging. Om het tegen te gaan werden elk jaar twee morgen (ruim 1,5 ha) met helm beplant. Daarnaast vond eeuwenlang de al genoemde afzanding van de binnen ­ duinen en strandwallen plaats, met het oogmerk om teel ­ land te vormen. En zo ontstond wat men bij uitstek een cultuurlandschap kan noemen. Dat is op verschillende plaatsen in Wassenaar heel goed te zien. Bij de weg naar Katwijk bijvoorbeeld ziet men aan de westzijde, achter zeer horizontaal bollenland, de duinen steil oprijzen, terwijl de wind aan de lijzijde normaliter toch geen steile hellingen vormt. De wind maakt klingen en dalen. De landgoednaam Clingendael moet hiervan zijn afge- leid. Lijsten ‘Eeuwenlang’ schreef ik. Van 1652 bestaat een ‘Quohier van alle affgesande ende affgekarde landen gelegen inden Ambachte van Wassenaer en Suytwijck’. Ook van latere jaren zijn zulke lijsten aanwezig. Voor zover viel na te gaan, ging het destijds bij de overheids- bemoeienis niet om landschappelijke waarden, maar uit- sluitend om de belastingheffing, de verpondingen. Aan de Staten van Holland en West-Friesland vonden afdrachten plaats naar rato van de huurwaarde van het onroerend goed in de Ambachten. Van tijd tot tijd vond een vernieuwing (redres) van de belastinggrondslag plaats. In de zeventiende eeuw gebeurde dat in 1632, 1660 en 1694. Van laatstgenoemd jaar is er een ‘Lijste van de Geestlanden onder Wassenaer en Zuidwijk afge- sand sedert de jaere 1660 met expressie van de grootte ende de [huurjprijs daarop deselve gesteld sijn’. Tussen 1660 en 1694 werden 41 morgen (ca 35 ha) afgezand. Gezien de namen die op de lijst van belastingplichtigen voorkomen was de investering niet iets voor de kleine man. Onder meer jonkheer Johan van Santhorst, de erf- Fragment uit het kaartboek van Rijnland, 1647. genamen van Raephorst, Amelis van de Bouchorst, de heer van Vileroij, de heer de Thouars en de heren van Wassenaar hielden zich hiermee bezig. Dat zal dus gaan om de luitenant-admiraal Jacob III van Wassenaer Obdam en zijn zoon Jacob IV, de echtgenoot van Adriana Sophia van Raesfelt. Voor Van Wassenaer staat een oppervlakte vermeld van bijna 5 morgen (ca. 4 ha). In de achttiende eeuw wordt de belastinggrondslag veel fre ­ quenter herzien. Om de paar jaar wordt aan de leden van de Staten, de Edel Mogende Heeren, mededeling gedaan inzake de ‘nieuw getimmerdens’ (nieuwe huizen en schuren) en ‘afgesandelanden’. Zulke landen, na deze eeuwenoude activiteit weer aan de natuur terug geven, zoals thans in Wassenaar gebeurt, is een keerpunt in de geschiedenis. Albert Niphuis