pagina 11 zomer 1996

Herstel blijft achter bij uergelijkbare gebieden in Nederland Roofvogelstand Twickel nog steeds niet optimaal In 1972 was de roofvogelstand op landgoed Twickel bedroe- vend laag. Dat blijkt uit onderzoek door leden van de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie (NJN) die in dat jaar de flora en fauna van Twickel onderzochten als onder- deel van de acties tegen de aanleg van de toen geplande S23- weg over het landgoed. Vanaf de jaren zeventig en tachtig is het roofvogelstand in Nederland aanzienlijk verbeterd. Helaas blijft de stand in Twente, en ook op Twickel, voor wat betreft enkele soorten duidelijk achter bij vergelijkbare delen van Nederland. Mogelijk speelt de recreatiedruk maar helaas ook vervolging daarbij een rol. Jan Bengevoord De torenvalk komt voor in de open gebieden van het landgoed. Het exacte aantal is niet vastgesteld. “Het is geen probleem van Twickel alleen, maar een zaak die in heel Twente speelt. Het geringe aantal broed- paren in heel Twente van met name de havik kan niet anders worden verklaard dan uit vervolging”, zegt Peter van den Akker van de Twentse Vogelwerkgroep die het vogelonderzoek in 1995 en 1996 op delen van landgoed Twickel coordineerde. Van den Akker wil nadrukkelijk geen beschuldiging uiten. “Twickel doet haar best om de roofvogels te beschermen. De samenwerking met onder meer de jacht- opzieners was bij het onderzoek uitstekend, evenals met de Wildbeheereenheden. Roofvogelvervolging blijkt in de praktijk vooral een zaak van enkelingen met ouderwetse opvattingen over de plaats van roofvogels in de natuur. In de praktijk is vervolging heel simpel. Een nest verstoren of gif uitleggen is zo gebeurd en het bewijs kan achteraf moeilijk worden geleverd”. Opvallend is dat in heel Twente de stand van met name de havik ver achterblijft bij vergelijkbare gebieden in Nederland zoals in de Achterhoek. In Twente broedt op dit moment een paar per 1000 hectare, terwijl in de Achterhoek drie paar per 1000 hectare broeden. Soortgelijke verschillen gelden ook voor andere roofvo- gelsoorten. Overigens is niet uitgesloten dat ook recreatie ­ druk een rol speelt. Delen van het landgoed Twickel wor ­ den druk bezocht en zouden daardoor nogal verstoringsgevoelig zijn. Soorten Op het landgoed Twickel komen als broedvogel de havik, sperwer, buizerd, torenvalk, boomvalk en wespen- dief voor. Alle soorten zoeken hun broedplaatsen in speci- fieke biotopen. Enkele soorten, zoals havik, sperwer en wespendief zoeken een plek in het bos, terwijl de buizerd vooral bosranden op de grens met het cultuurlandschap verkiest. De boomvalk zoekt vooral broedplaatsen op open plekken in het bos en in bosjes op bijvoorbeeld heidevel- den. De torenvalk is daarentegen een echte cultuurvogel die het open agrarisch landschap prefereert en soms in de directe omgeving van boerderijen broedt. Als trekvogel of vogels die tijdelijk op het landgoed verblijven, zijn naast deze soorten nog rode wouw, bruine kiekendief, ruigpootbuizerd, blauwe kiekendief, grauwe kiekendief, visarend, roodpootvalk en zeearend gezien. Watlangergeledenwerdin 1911 een slechtvalk geschoten in het Schijvenveld door de toenmalige jachtopziener Michel. De legendarische jachtvoorman op het landgoed meldde in 1924 een waameming van een smelleken. Overigens werd ook de zeearend, die de laatste jaren meer wordt gezien, in 1902 geschoten in de Goormeen. Michel bracht in 1912 een op het landgoed gevangen rode wouw naar Artis.