pagina 11 zomer 1994

zeker ook vanwege de mode, het veld moeten ruimen voor fel getinte kleurvakken met Lobelia, Violen, Begonia, Tagetes, e.d. Op latere leeftijd hield de barones van die kleuren en vulde de vakken zelf in. Zo werd de rots- tuin nog steeds ieder jaar ingeplant, toen mevrouw Van Lynden de beplanting van de rotstuin op zich nam. Zij slaagde erin, een veel passender assortment eenjarigen toe te passen, gevarieerd, en in zachte kleuren. Nade restauratie Nu de rotstuin gerestaureerd is, en opnieu w beplant gaat worden, kan mevrouw Van Lynden zich ook weer toeleg- gen op het rijke assortment (rots)planten, dat mevrouw Marie van Heeckeren ooit toepaste in de veertiger jaren. Er is echter een groot verschil met de vroegere beplanting. De tuin is inmiddels zo schaduwrijk geworden – en dit karakter blijft onaangetast – dat mevrouw Van Lynden een behoor- lijk accent moet leggen op mooi bloeiende schaduw- en bladplanten. Uit deze laatste categorie heeft de barones indertijd trouwens ook volop geput. Er blijft keuze genoeg om in de geest van Marie van Heeckeren de rotstuin te res- taureren. Maar, om met de woorden van mevrouw Van Lynden te spreken: “Een tuin is geen museum, men heeft te maken met levende natuur (…)”. De rotstuin in de beginjaren. De foto werd gemaakt door barones Van Heeckeren.