pagina 11 winter 2007

II J A A R G A N G I 6 W N T E R 2 0 0 7 r^n Twickel Gravure van Daniel Marot voor parterres op Twickel. Het rechtergedeelte van het vierde vak is gereconstrueerd door middel van een fotomontage. definitieve bestemming. De uit het Schwar- zwald afkomstige kunstenaar Lars Zech is van plan er enorme houten schalen van te gaan maken. Deze zullen te zijner tijd te bewonderen en te koop zijn bij ‘de Galeriet’ aan de Langestraat te Delden. Ouderdom Hoe oud deze reuzeneik was, wist men niet precies op Twickel. De Duitse dendroloog en reconstructiespecialist dr. Erhard Pres- sler, kwam naar Delden om te proberen de leeftijd van de gevallen boom te achterha- len. Volgens zijn berekeningen werd rond 1710, dus bijna driehonderd jaar geleden, het eikje geplant! De eerste zichtbare jaarring is van 1731. Vol ­ gens Pressler moet men in het ontbrekende, vergane deel van de kern nog ongeveer 20 jaarringen bijtellen. Opvallend vond hij, dat de jaarring van 2007 00k nog gevormd is. Waarschijnlijk is de boom een langzame dood gestorven. Hij kon nog een tijdje door- groeien, omdat hij met wortel en al is omge- vallen. Gezien de omvang van de eik, gaat men ervan uit dat hij n6g ouder moet zijn. De boom heeft tamelijk vrij gestaan, waar- door hij meer in de breedte kon groeien dan wanneer hij in een bos zou hebben gestaan. Om dan genoeg zonlicht te krijgen, moet hij wel in de lengte groeien. Barok Ervan uitgaande dat de plantdatum rond 1710 moet liggen, kan men stellen dat de boom tijdens de Barokperiode (ca. 1650 – 1730) is geplant. Twickel werd in die tijd bewoond door Jacob IV van Wassener Obdam. Twee in 1712 voor hem gemaakte gravures van een ontwerptekening in Barok- stijl door tuinarchitect Daniel Marot hebben de tand des tijds doorstaan. Een van deze beide identieke afbeeldingen is voorzien van het nummer VIII. Dit wijst erop dat er tenminste acht bladen zijn getekend Op de beide bewaard geble- ven gravures staat het ontwerp voor een tuingedeelte aan de achterzijde van het huis. Het is lange tijd de vraag geweest of dit ontwerp 00k is uitgevoerd. Tuinhistori- cus Henk Saaltink concludeerde in zijn boekje bij de expositie ‘Lijnenspel in bewe- ging. 500 jaar tuinkunst op Twickel’ dat enkele van de op de tekening aangegeven eiken nog steeds overeind staan. Hierbij Houten schaal zoals Lars Zech zich voorste/t van de eik te gaan maken. verwees hij naar de dikke eiken die rechts van het pad langs het Grote Meer staan, ter hoogte van het hek tussen het huispark en de rotstuin. Het is goed mogelijk dat Daniel Marot 00k de hand heeft gehad in het ontstaan van het deel van het park waarin de omgevallen eik stond. De juistheid van de berekening en de toeschrijving aan Marot wordt onder- steund door de bedragen, die vermeld staan in de rentmeestersrekeningen in het HuisarchiefTwickel. In de laatste levensja- ren van Jacob van Wassenaer Obdam boekte zijn rentmeester hoge bedragen voor werkzaamheden van pachters. Deze werden ingezet voor de ‘bouwerie, graven en planten’. De activiteiten werden gespe- cificeerd in: arbeid in den hoff (de tuin), hooijen, telgen (jonge eiken) planten en het bewerken van bouwland. Na een totaal bedrag van 2050 gulden in het jaar 1705, legde hij hier in 1707 een bedrag van 2231 gulden voor neer. In 1711 ging het nog om 2035 gulden, waarna een daling inzette naar 1713 gulden in 1712. Na het overlijden van Jacob van Wassenaer Obdam (1714) ging de aandacht uit naar andere zaken. In 1714 heeft de rentmeester de specificatie opgeheven. Een mager bedrag van 210 gul ­ den voor ‘onkosten bouwerie, vrugten en planten’ was alles wat er toen nog voor deze activiteiten overbleef. Aajke Brunt Ceesje Kuit Gert-Jan Roelofi Noot: l. De studie van M.E.G.B. Jansen, Twickel te Ambt Del ­ den, 2 din, Zeist 1988, vermeldt op p. 8 het aanbod voor een veiling in Amsterdam op 26 maart 1759 van zeven Gezichten van parterres op de plaats van Twik- kelo door D. Marot. Dit zijn waarschijnlijk tekeningen die ££n geheel vormden met de bewaard gebleven teke ­ ning VIII. Bronnen: J.W. Hakstegen, ‘Het ontstaan van de Twickelse bos- sen’, Twickelblad, 2003/4, p. 19-21. H.W. Michel, Herinneringen aan Twente, Lochem, 1965. H. Saaltink, Lijnenspel in beweging. 500 jaartuinkunst op Twickel, Stichting Twickel, 2006. HuisarchiefTwickel, rentmeestersrekeningen onder de inv.nrs. 2480 en 2482.