pagina 11 winter 1997

Gelderse Waard uitstekend thuis te voelen. Het Nederlandse broedbestand schommelt rond de 300 – 500 paren. Dat heeft niet alleen te maken met het aanbod aan geschikt leefgebied, want de roerdomp blijkt erg gevoelig voor kou. In strenge winters komt een groot aantal roer- dompen om. Wat de meest indruk maakt is echter de uitbundige moe- rasvegetatie in dit oer-Hollandse rivierenlandschap. Zelf had ik dit soort landschappen alleen nog maar ver weg van huis gezien in onder meer het Biebza dal in Oost-Polen. Het was een bijzondere ervaring om te zien dat dit soort ongerepte landschappen, weliswaar op een wat kleinere schaal, ook in Nederland nog tot voile wasdom kunnen komen. Vanwege de kwetsbaarheid is de Gelderse Waard voor bezoekers niet toegankelijk. Maar ook middels fietstoch- ten over de vele rivierdijken rond zowel de Gelderse Waard als zuidelijker in de Ooijpolder en de Millinger Waard zal menig natuurliefhebber z’n hart kunnen ophalen. De waardsman van de Gelderse Waard, G. Grob, en de renlmeester van Twickel, C. Brunt. Foto: Familie Grob, ca. 1960. De geschiedenis van de Gelderse waard Tussen de Gelderse dorpen Aerdt en Oud-Zevenaar ligt het Twickelbezit: de Gelderse Waard. Het maakt deel uit van het gebied van de Oude Ri jnstrangen, een rivierland- schap van talrijke oude rivierlopen, vaak verworden tot moerassige slenken met zandige oeverwallen. De uiter- waard ligt midden in een nu doodlopende arm van de Rijn. Tot veertig jaar gelegen bestond er bij hoge rivierstan- den een open verbinding met de Rijn. Via de Spijkse Overlaat aan de oostelijke zijde en een opening in de Pannerdensedijk aan de westelijke zijde stroomde het “wildwater” de uiterwaard binnen. De twee boerderijen in de Gelderse Waard kwamen dan midden in het water te staan. Nadat in de jaren vijftig de Spijkse Overlaat op nor- male dijkhoogte was gebracht en een tiental jaren daama de Pannerdensedijk met een gemaal was gesloten, konden de bewoners de voeten drooghouden. Het gebied was oorspronkelijk eigendom van de over- heid. Het stond onder beheer van de Nationale Domeinen. Deze instelling heeft in het begin van de negentiende eeuw veel van haar goederen verkocht. Zo kwam in 1810 ook de Gelderse Waard onder dehamer. Kopers warenR.W.J. van Pabst tot Bingerden, J.C.E. van Lynden en Willem Hendrik Alexander Carel van Heeckeren van Kell. Zij beheerden het bezit gezamelijk. In 1832 kocht Van Heeckeren van Kell het deel van Van Pabst van Bingerden voor zijn zoon Jacob Derk Carel, de jonge echtgenoot van de vrouwe van Twickel, Marie Comelie van Wassenaer Obdam. In 1847 erfde Jacob Derk Carel het deel van zijn vader en in 1868 kocht hij het nog ontbrekende derde deel van de erfgenamen van de inmiddels overleden baron Van Lynden. Sinds 1810 is de situatie sterk gewijzigd. Dooraan- slibbing en aanwas is er veel land bijgekomen. Het gebied omvat nu bijna 300 hectare. Er staan twee boer ­ derijen: de Bouwplaats in de Grote Gelderse Waard en de Waardmansplaats in de Netelwaard. De opeenvol- gende bewoners van de Waardmansplaats zijn – de naam zegt het al – naast pachter ook waardsman. De waardsman houdt toezicht op de weiden. Hij is verant- woordelijk voor de inscharing, wat wil zeggen dat hij het vee van andere boeren voor korte tijd in de Netelwaard laat lopen. Ook verkoopt hij gras. Vroeger verhandelde hij ook riet en rij shout. Op 13 augustus 1971 schonk de toenmalige eigena- resse, barones Van Heeckeren van Wassenaer, de goe ­ deren in de Gelderse Waard aan de Stichting Twickel. Aafke Brunt