pagina 11 winter 1996

voorbeeld voor anderen mag zijn; de verantwoordelijkheid oppakken en vasthouden. Tot slot wenste hij de W.B .E. een goede uitvoering van het zojuist gepresenteerde plan en een goede samenwerking met alle organisaties toe. Het tweede exemplaar overhandigde voorzitter Bosch aan de heer G. Alferink, secretaris van het landelijke bestuur van de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging (K.N. J. V.). Met de inhoud van het plan zat het volgens hem wel snor; het vignet van de erkende W.B.E. prijkt op het omslag. Hij begon zijn verhaal echter met het bedanken van de W.B.E. voor het besluit 20% van de contribute van de leden over te maken aan de K.N.J.V. als bijdrage en erkenning voor het goede werk dat de K.N.J.V. voor het jachtbedrijf verricht. Vervolgens deelde hij de stand van zaken mee rond de Flora en Fauna Wet; op verzoek van de kamercommissie wordt de wet voorgelegd aan de Raad van State voor advies. Tot slot betoogde de heer Alferink dat we allemaal weten dat jagers jagen; ze doen echter wel veel meer dan dat en dat is vanmiddag weer eens getoond. Dit moeten we blijven benadrukken. Hij drukte de W.B.E. op het hart vooral door te gaan op de ingeslagen weg; blijf praten en zoek samenwerking was zijn welgemeende advies. Het derde exemplaar overhandigde de voorzitter aan de heer E.P. Krudop, bestuurslid van de Stichting Twickel, eigenaresse van het landgoed dat de kem van de W.B.E. vormt. Krudop schetste Twickel als het resultaat van eeu- wenlang particulier initiatief waarbij vele aspecten en belangen een rol hebben gespeeld en nog spelen. Het par ­ ticulier initiatief is in zijn ogen een groot goed. Aankopen door Natuurbeschermingsorganisaties, gefinancierd door de overheid mogen het particulier initiatief niet frustreren. Het onttrekken van grond aan de landbouw ten behoeve van natuurontwikkeling is niet bevorderlijk voor het toe- komstperspectief in de landbouw. Krudop gaf aan dat met het gereedkomen van het wildbeheerplan niet het eindpunt bereikt is; het is het startpunt van de uitvoering. Hij spoor- de de W.B.E. aan de beleidsvoornemens voortdurend ter hand te nemen waarbij hij haar veel succes toewenste. Tot slot vroeg de voorzitter de drie sprekers naar voren te komen alsmede het bestuurslid Hofstede van de wildbe- heereenheid. Hofstede heeft namens de pachterscommis- sie zitting in het bestuur van de wildbeheereenheid. Hij overhandigde de heer Kemperman een das en sprak de wens uit dat de politiek ons als jagers niet de das om zal doen. De heer Alferink ontving een ‘goastok’ met de opdracht de knuppel in het hoenderhok te (blijven) gooien. De heer Krudop vroeg hij de bal aan het rollen te houden en overhandigde hem een kloot. Tenslotte ontving de heer Hofstede een fles champagne met de wens deze te kunnen drinken op een goede afloop van de behandeling van de Flora en Fauna Wet in de Tweede Kamer. H. Gierveld Secretaris WBE Twickel Lezing over roofvogels en steenmarters De gezamenlijke verenigingen van IVN, Vereniging Vrienden van Twickel en het WWF hebben op donderdagavond 6 maart om 20.00 uur in’t Hoogspel te Delden een lezing georganiseerd over de roofvogel en de steenmarter. Wat hebben de wespendief, de buizerd of de rode wouw gemeen met de steenmarter zult u zich afvragen. “Niets” of het zou moeten zijn dat beide camifore rovers zijn, dat beide door de overheid tot de beschermde diersoorten zijn ver- klaard. Beide staan de laatste tijd op een onplezierige manier in de aandacht. Het is deze laatste overeenkomst die ons op de gedachte heeft gebracht dit onderwerp uit te kiezen voor onze gezamenlijke lezing. Er zijn nog steeds belangen- groepen die de roofvogel vervolgen, door afschot en/of vergiftiging. Wie zijn dat, en vooral, waarom is dat. Ook de steenmarter wordt achtervolgd. Vooral in de stad kan dit dier door zijn knaagzucht veel overlast bezorgen. Wij hebben gezocht en twee kenners over deze onderwerpen weten te strikken, dit zijn vooral ook mensen die hier- over zeer boeiend en aanschouwelijk kunnen vertellen. Mensen ook die je dagelijks in de natuur met dit onderwerp tegen komt. Paul Voskamp uit Deventer zegt over de roofvogel; in het begin van deze eeuw waren roofvogels niet beschermd, sterker nog er werden door de overheid premies uitgereikt voor het doden van deze als schadelijk gebrandmerkte vogels. In 1936 werd de roofvogel bij wet beschermd. De populatie herstelde zich daarna, maar kreeg omstreeks de jaren vijf- tig de grootste klap te verwerken als gevolg van het gebruik van landbouwgiffen als DDT. Herstelde de populatie zich?..na het verbod op het gebruik van deze giffen, en hoe zit dat in Twente en op Twickel. Gerard Muskens, die een film met een infrarode camera heeft gemaakt over de marter? komt met een vergelijkbaar verhaal. In het begin van deze eeuw was de marter een zeldzaam dier in Nederland. Als hij gezien werd, dan alleen hier in het oosten. Ook voor de marter werden voor het doden premies uitgeloofd. Over de populatie nu lopen de meningen sterk uiteen. Er zijn er die beweren, dat we weliswaar nog niet van een plaag mogen spreken, maar dat het aantal dat de stad in trekt, wel groot begint te worden. Ook wordt de stelling verkondigd dat het territorium van de marter groot is en dat geen andere marter daarin wordt toegelaten. Wel is duidelijk dat als je een marter in je schuur of op zolder te logeren krijgt, het Leiden in last is. Ze kna- gen je de hele boel stuk tot en met de elektrische leidingen toe… Kom op 6 maart. Er wordt een entree van 2,50 gulden gevraagd.