pagina 11 najaar 2012

wel even wennen aan het idee. "We hebben ze laten zien hoe het in andere boerderijen eruit ziet. Toen waren ze enthousiast.” Het behoud van historische materialen is een omslag in denken. In de zeventiger en tachtiger jaren, toen de moderniserings- drang over Nederland golfde, is ook in veel boerderijen van Twickel materiaal verloren gegaan. In veel gevallen is aan oude con- structies onherstelbare schade aangericht. “Dan moet je denken aan afgezaagde gebintstijlen, het aanbrengen van holle baksteenvloeren, verdwenen cementtegel vloeren (estrikken), verkleinde of verloren gegane schouwen en paneeldeuren die zijn weggehaald of met platen afgedekt.” Twickel probeert veel verloren gegane materialen alsnog op te sporen. Hierbij wordt niet alleen gebruik gemaakt van de vakhandel maar ook van particulieren die iets te koop aanbieden. Ook wordt er een beroep gedaan op de historische bouw- materialen die door de Stichting Materiaal voor Monumenten op Erve Woldhuis worden verzameld. Martin Steenbeeke Louis Voiker met tegeis die na het uitbikken weer teruggepiaatst worden. tijd Via Erve Woldhuis terug in de Op het erfliggen grote hoeveelheden gebinten, pannen en stenen, binnen in loodsen worden deuren, kozijnen, tegeis en sanitair opgeslagen. Erve Woldhuis aan de Haarweg in Hengelo is een verzamelplaats van historisch bouwmateriaal. Het is vergaard door de Stichting Materiaal voor Monumenten met als doeI het opnieuw te gebruiken. De oudste materialen die in het depot zijn opgeslagen stammen uit de zestiende eeuw “Maar de hoofdmoot is enkele hon- derden jaren oud. De grens ligt ongeveer bij 1950”, legt coordinator Martin Bellers uit. Veel materiaal is afkomstig uit panden die op de nominatie staan gesloopt te worden. Op Erve Woldhuis worden de sloopvergunningaanvragen goed in de ga- ten gehouden en met gemeenten is een convenant gesloten. Zo is er onlangs uit een sloopboerderij in Hengelo tegelwerk van too jaar oud gehaald. “Daar word ik nu warm van”, zegt Bellers. Maar soms vist Materialen voor Monumenten ook achter het net. “In Enschede hadden we een hele lijst ingeleverd van materialen, zoals kasten en deuren, die we uit vijf slooppanden stammend uit de periode 1880-1900 wilden halen, maar we hebben er niets van teruggehoord. Dat doet dan weer pijn.” Hergebruik van materialen zou met het oog op het milieu en de monumentenzorg een normale zaak moeten zijn, maar het is tegelijkertijd tijdrovend en kostbaar. Om die reden sorteren sloopbedrijven nauwe- lijks materialen met het oog op hergebruik, constateert Bellers. “Het liefst scheiden ze met de grijper alleen steen van hout en voeren het af. Zo gaat er veel verloren." De laatste jaren merkt de Stichting Materiaal voor Monumenten de gevolgen van de bouwcrisis. Sloop en restauratie wordt uitgesteld. “Op sommige panden wachten we al drie jaar.” Met het toenemen van de naamsbekendheid van de stichting, die zes jaar geleden is opgericht, is ook de ver- zameling authentieke bouwmaterialen op Erve Woldhuis gegroeid. Het materiaal wordt aangekocht of is geschonken. Ge ­ binten, stenen en pannen vormen de hoofdmoot, maar de verzameling deuren en interieurmateriaal breidt relatief snel uit. Het is te gebruiken door bouwbedrij- ven, architecten, gemeenten, woningstich- tingen, landgoedeigenaren en particulieren die een monumentaal pand willen restaure- ren. Het streven is dat al het gedemonteer- de materiaal weer “terug in de tijd” gaat, verklaart Bellers. “Dat betekent dat een jugendstilobject weer in een jugendstilpand wordt gebruikt. Het is niet de bedoeling dat een schouw uit 1800 in een nieuwbouw- woning wordt geplaatst.” Van het restmate- riaal dat niet opnieuw te gebruiken is, worden op Erve Woldhuis andere producten gemaakt, zoals tafels en banken. Opslag van gebinten.