pagina 11 herfst 2004

Verkoop Inmiddels is ook Hans Hondebrink op het terras bij de schaftkeet aangeschoven. Hij vertelt dat een klein deel van de oogst van de moestuin naar het kasteel gaat. De overige in de moestuin gekweekte groenten, fruit en bloemen worden gedurende de openingstijden in de moestuin te koop aangeboden. “Het is zeer beperkt en altijd het aan- bod van de dag. Met vaste afnemers of abonnementen op groentepakketten zouden wij hier echt niet kunnen gaan werken. Dan verplicht je jezelf tot levering. Hier is het elke keer maar weer de vraag wat de oogst van de dag is. De ene keer hebben we bessen of sla, dan weer doperwten, andijvie, aardbeien of bieten. Ook verkopen we op beperkte schaal snijbloemen en boeketten op de woens- dag- en vrijdagmiddag”. Studiereis De Twickelse hoveniers, Hans Hondebrink en Gerrit Molenkamp, maakten in 1990 een studiereis naar Engeland. Bij die gelegenheid bezochten ze tientallen tuinen en deden veel inspiratie op. Juist rond die tijd was er op Twickel een discussie over de toekomst van de moestuin. Allerlei plannen voor nieuwe bestemmingen circuleerden: van parkeerplaats tot bouwopslagplaats. Uiteindelijk gingen deze plannen niet door. Een gedeelte werd uitgegeven aan een tuincentrum en een ander deel aan een boomkweker. Hans en Gerrit vroegen de stichting of ze het resterende in verval geraakte deel van moestuin (ruim drie hectare) weer in oude luister mochten her- stellen. Onder hun leiding werd tien jaar geleden met de hulp van vrijwilligers, asielzoekers en ANWB landgoed- kampdeelnemers een begin gemaakt met het herstel van de Victoriaanse kas, de anjerkas en de koude bakken. Sinds die tijd heeft men elk jaar weer een aantal grote klussen aangepakt. Langs de buitenmuren groeit leifruit. Foto Alexander van den Tweel. Afrikaantjes Terwijl we een ronde maken door de moestuin wijst Hilda Luning op een rij Afrikaantjes langs een plantvak. “Die planten we daar tegen aaltjes bij worteltjes en uitjes. We gebruiken hier geen herbiciden of kunstmest. Alleen biologische meststoffen, beendermeel en natuurlijk oude stalmest. Deze rabarberhier is dol op stalmest”. Verderop is een moestuinvrijwilliger druk bezig met onkruid wieden. “Voorlopig hebben we als vrijwilligers de handen vol aan het voorbereiden van de moestuindag. Als je gasten krijgt, moet de moestuin er natuurlijk piek- fijn en onkruidvrij bijliggen”, merkt Hilda Luning op. Doelstelling Vergetelheid Samen met Hans en Hilda wandel ik door de tuin. De groentetuin is werkelijk herschapen tot een lust voor het oog. In de ommuurde moestuin heerst een eigen, gunstig microklimaat. Er staan allerlei bijzondere groentesoorten zoals gele radijs en artisjokken. Maar in de met vaste plan- ten omzoomde plantvakken groeien ook de wat meer gangbare soorten zoals sla, bietjes en sperziebonen. “We zijn altijd op zoek naar oude, in de vergetelheid geraakte gewassen”, vertelt Hilda Luning. “Het is niet meer nood- zakelijk om zelf groenten te verbouwen. De mensen kunnen tegenwoordig alles krijgen in de supermarkt. Ze staan ver- der van de natuur af. Dat houdt ook in dat ze vaak de groen ­ ten op het land niet meer herkennen. Bovendien zijn groen ­ ten tegenwoordig ook buiten het seizoen verkrijgbaar”. De varieteit aan groenten in een tuin was omstreeks 1900 groter dan vandaag, omdat de hovenier aan alle vragen uit de keuken moest kunnen voldoen zonder naar ingevoerde groenten of vruchten te kunnen grijpen. Daarom kweekte hij bijvoorbeeld en zoete ui en scherpe ui en inmaakui en zilverui enzovoort. De tuinman bezat ook een heel arsenaal aan hulpmiddelen om planten tegen slecht weer te beschermen en sneller te doen groeien. Soms volstonden simpele stromatten, soms gebruikte men glazen stolpen of speciale aardewerk ‘bleekpotten’. Hans Hondebrink licht het doel van de moestuindag toe: “Het is vooral bekendheid vragen voor de moestuin. We willen aandacht vragen voor ons brede sortiment groenten en ons kruidhoek sortiment. Zie het als educatie over oude groenterassen. Verkoop van groente, fruit en bloemen is dus van secundair belang. Verder is het zo dat de kweekfunctie van de moestuin, eens de bakermat voor het plantgoed voor de kasteeltuin, weer in ere wordt hersteld. Nu is het zo dat al weer 40% van de beplanting uit de moestuin komt. Vroeger was dat nog meer en wij willen dat weer langzaam opvoeren. Zo wordt de moestuin weer functioned. We leren nog steeds bij. Behalve leifruit langs de moestuinmuren hebben we hier ook schuine snoeren. Dat zijn vrijstaande, fraaie vormen om fmitbomen decoratief te laten zijn. Een snoer kan behalve horizontaal ook schuin worden geleid. Het is een al oude wijze van vormgeven aan fruit, die in tuinen bij kastelen en landgoederen in zwang was. Het snoeien bleek toch wel moeilijker te zijn dan we eerst dachten, maar we krijgen het steeds beter onder de knie”. Maarten Hermanussen