pagina 10 winter 2012

ioojaar elektriciteit in Twickel Dit jaar is het precies ioo jaar geleden dat in kasteel Twickel elektriciteit werd aangelegd. De stroom werd niet geleverd door het Twentsch Centraal Station (TCS) in Hengelo maar door een eigen gebouwde elektriciteits- centrale achter de watertoren. De watertoren met links de Twickel-centrale voor elektriciteit. Het voornemen om het kasteel te voorzien van elektriciteit dateert al van ver voor 1912. In 1890 krijgt elektrotechnicus A.W. Ressing uit Zeist, in dienst bij A.E.C. in Berlijn, opdracht van R.F. baron van Heeckeren van Wassenaer om een ont- werp te maken voor de verlichting in kasteel Twickel. Een jaar eerder is de Haagse ingenieur H.P.N. Halbertsma al gevraagd om plannen te maken voor een water- leiding van ‘voldoende kwaliteit’ voor kasteel, bouwhuizen, boerderij, park en tuinen. De watertoren wordt in 1894 in ge- bruik genomen maar de stroom ‘vloeit’ pas eind 1912 naar het kasteel. Wachten op betere tijden Ressing maakt een plan voor de bouw van een eigen machinegebouw en elektrische installatie voor het kasteel maar daarna blijft het lang stil. Ondertussen neemt de ontwikkeling en toepassing van elektriciteit toe. Ressing installeert in Duitsland menig elektriciteitscentrale voor A.E.C. Op 20 September 1895 schrijft hij vanuit Berlijn een brief aan rentmeester W.J. Bitter: "Met veel genoegen heb ik van huis verno- men dat de Baron het plan heeft om den aanleg onder mijn leiding te laten uitvoe- ren”. Vanuit Maagdenburg stuurt hij een nieuw ontwerp. Hierin staat onder andere: “Voor het onderhuis 41 gloeilampen, de 1 etage 164 gloeilampen en 4 kleine boog- lampen, bovenverdieping 128 gloeilampen, de stallen en koetshuizen 20 gloeilampen en voor de buitenverlichting 14 grote boog- lampen. Tezamen 353 gloeilampen”. Het plan voorziet in de installatie van twee stoommachines in het machinegebouw, waarbij er een als reserve dient. In de correspondentie merk je de ‘verzuchting’ van Ressing over de concurrentie tussen gasgloeilicht en elektriciteit: “Ondanks zijne uitstekende, goede eigenschappen blijft elektrisch licht een artikel van luxe, dat slechts door weinigen aangeschaft wordt, een weinig opwekkend vooruitzicht". Zekerheid en onafhankelijkheid Overigens is de jonge elektrotechnicus Ressing geen onbekende in Delden. Zijn vader is een gewaardeerd schoolmeester in Stad en Ambt. Of dit heeft meegespeeld bij de keuze voor de oud-inwoner van Delden is in de geraadpleegde archieven niet te achterhalen. Wei vermeldt het Twickel journaal in 1892 dat Ressing op kosten van de baron elektrotechniek studeert aan de ‘Elektriciteits-Universiteit’ te Darmstadt. Zijn toelage per kwartaal is fl. 237,50. Het duurt tot 1910 voordat de baron ‘het elektrisch lampje in Twickel’ weer ziet branden. Rentmeester Bitter vraagt aan ir. Halbertsma advies. In de brief van 17 mei 1910 schrijft Halbertsma: “Ik heb er Opstelling van de beide stoommachines in de machinekamer.