pagina 10 winter 2011

Hoe de stier van Brascassat als koe op Twickel kwam J.D.C. baron van Heeckeren heefi door de aankoop van schilderijen verschillende mensen ontmoet. Hij kocht niet alleen op veilingen of direct van de schilder maar kreeg ook suggesties van bevriende verzamelaars. Met is bekend dat bet nauwe contact met bet Koningsbuis, met name met koning Willem II en diens broer prins Frederik, een inspiratiebron was voor het samenstellen van zijn verzameling. In de Hofkringen ontmoette JDC kolonel de Ceva, aide de camp van Z.M de Koning en adjudant van prins Frederik. Wee in landscbap doorJ.R. Brascassat. Alexander Pieter Cornells Robert Philippe Emerance de Ceva, in 1791 geboren in Sevres uit een aanzienlijk Zuid-Frans ge- slacht (mogelijk verwant aan de markiezen van Piemonte in Italie) begon een militaire carriere op zijn veertiende jaar. Na een op- leiding aan de Koninklijke Militaire School in Honselaarsdijk werd hij adelborst in de Garde van de Koning van Holland, in de Franse tijd. Vanaf 1815 fungeerde hij in het Nederlandse leger als adjudant van de Generale Staf en werd hij belast met gehei- me missies en verkenningen rond het slag- veld Quatre Bras. Zijn doortastend hande- len werd in 1827 beloond met de aanstelling tot adjudant van prins Frederik. Hierdoor was hij betrokken bij de krijgsverrichtingen in 1830/1834 tijdens de afscheiding van Bel- gie. Dit bezorgde hem de benoeming tot Ridder der Militaire Willemsorde en nauwe vriendschap met prins Frederik en zijn broer Willem, de latere koning Willem II. Hier zal ook de relatie met JDC zijn ont- staan die, zo wij weten, een nauwe band met de prinsen onderhield. In 1841 werd kolonel de Ceva gepensioneerd, maar niet nadat hij op zijn verzoek bevorderd werd in de rang van generaal-majoor. Verzamelaar en handelaar De Ceva, zelf een bekwaam tekenaar (ook van militaire opstellingen en strategieen) was een hartstochtelijk verzamelaar van schilderijen. De hartstocht, gevoed door mediterraan enthousiasme, leidde tot een handel in kunst die in het formele voor problemen zorgde. Uit- eindelijk resulteerde zijn wijze van handelen in een gedwongen vertrek uit de Hofstad. Twee spotprenten in de Atlas Van Stolk ver- wijzen naar de toekenning door de jury van prijzen voor schilderijen uit eigen bezit op de door hemzelf georganiseerde Haagse verkooptentoonstelling van 1839. De Ceva was zeer actief in de kunsthandel. Bevriend met de maritiem schilder J.C. Schotel was hij in het bezit van 38 van zijn schilderijen. Daarvan werden er vele door hem verkocht. Aan de vooravond van zijn gedwongen ver ­ trek in 1842 verkocht De Ceva een groot deel van zijn collectie. Hij slaagde er zelfs in om aan de koning 42 topstukken van ige eeuwse schilders te verkopen voor het for- midabele bedrag van 60.200 guldens. In datzelfde jaar kocht JDC twee schilderijen uit de collectie van De Ceva, en wel het schilderij van Koekkoek (de eik) aanwezig op de tentoonstelling in Den Haag en het ijsgezicht van Schelfhout dat nu weer in de Wassenaer-kamer op Twickel hangt (het schilderij met ter rechterzijde een huis en bomen). Uit de veiling van de collectie van koning Willem II kocht JDC in 1850 het schilderij van Wappers (zie Twickelblad win ­ ter 2010) en een schilderij van Schelfhout (Landschap met molens dat verloren ging), welke schilderijen behoorden tot de partij die De Ceva aan de koning had verkocht. De koe van Brascassat Ook JDC ontkwam niet aan de handelsdrift van zijn vriend. In 1844 ontving hij een gepassioneerde brief van De Ceva met de mededeling dat hij uit Brussel een kist naar Twickel had laten sturen met daarin een schilderij van de veeschilder Brascassat, die JDC zo bewonderde in de collectie van de koning. Het betrof een landschap met een Bretonse stier. De Ceva lichtte toe dat een niet genoemde verzamelaar in Parijs zich door omstandigheden van dit schilderij moest ontdoen. Hij vond het een meester- werk, gelijk aan het schilderij van Brascas ­ sat in het bezit van de koning. Helaas was het niet goedkoop (9500 franken, ongeveer 4400 guldens). De kunstkenner De Sala in Parijs zou volgens De Ceva wel 15000 fran ­ ken willen betalen, maar hij wilde zijn goede vriend de eerste keus geven. Een niet te