pagina 10 winter 1992

Engelse tuinarchitecte inspireerde baronesse Van Heeckeren Een boeiende biografie over tuinkunstenares Gertrude Jekyll Vaak lezen we dat M.A.M.A. baronesse van Heeckeren bij de aanleg van haar tuin werd gemspireerd door de beroemde Engelse tuinarchitecte Gertrude Jekyll (1843-1932). Dit is zeker later het geval geweest bij de aanleg van de borders die de uitbreiding van de rotstuin vormen. Miss Jekyll hield niet van coniferen en ook niet van ”bedding-out” (perkbeplanting met dubbele bloemvormen en onnatuurlijke dwergvormen), die veelvuldig in de rotstuin op Twickel in het voorste ge- deelte, dat het eerst is aangelegd, gebruikt zijn. M.G.A. van Voorst van Lynden Er verscheen een biografie over Miss Jekyll van Sally Festing. Ik zal trachten een kort overzicht van de in- houd van dit boek te geven. William Robinson, haar grote voorbeeld, en Gertru ­ de Jekyll, hebben zich beijverd om vaste winterharde planten te verspreiden en toe te passen in de tuin. Dit moet worden gezien als een reactie op de overvloed aan exoten en nieuwe planten die uit de hele wereld Europa overspoelden aan het eind van de vorige eeuw. Deze planten moesten in kassen worden ge- kweekt en gestekt. Men richtte er een apart gedeelte van de tuin voor in en men zette de keurige stekplan- ten bijeen op taartvormige verhoogde bedden. Na Wereldoorlog I waren het niet slechts de Buitens en Kastelen die mooie tuinen aan lieten leggen. Er ontstonden ook tuinen op kleinere schaal en uit be- perktere beurs. De vaste planten kregen een kans. Gertrude Jekyll nam goed waar hoe winterharde planten in de bermen en bosranden groeiden. Ze ex- perimenteerde en combineerde met deze planten in haar eigen tuin. De historicus en architect-schrijver Christopher Hus ­ sey noemde haar: ’’misschien wel de grootste tuin- kunstenaar die Engeland heeft gekend en wier invloed even verspreid is als die van landschapsarchi- tect Capability Brown in de 18e eeuw”. Passie Toen Gertrude 5 jaar was ging haar familie buiten wonen. Ze hadden een intens familieleven en nauwe contacten met hun kennissen, waar de familie dezelf- de interessen mee deelde. Het boek gaat daar te uit- voerig op in. Wel geeft dat een goed tijdsbeeld. Een tijd waarin eindeloze bezoeken werden afgelegd. Ger ­ trude, harde werker als ze was, probeerde zich daar- aan te onttrekken. Ze had 4 broers en 1 zuster en werd door haar vader net als de jongens volledig voor vol aangezien. Ze volgde lessen op de Royal Acade ­ my, een kunstacademie waar gescheiden lessen voor mannen en vrouwen werden gegeven. Ze was voorna- melijk ’’crafts-women”. Ze beoefende op artistieke wijze kunstnijverheid zo- als houtbewerking en inlegwerk. Ze werkte met edel- metalen. Ze borduurde, maakte ontwerpen voor handwerken, fotografeerde, schilderde en schreef. Dit alles spitste zich tenslotte toe op haar passie voor alles wat groeit en bloeit. Het spel van licht en scha- duw en het gebruik van kleuren. Haar kennis over- en ervaring met planten was fenomenaal. Ze kende het materiaal waarmee ze werkte op haar duimpje. Getrude was zeer intelligent. Ze bleef vrijgezel en besteedde al haar tijd om een omvangrijk oeuvre te scheppen. Een oeuvre dat gelukkig in boeken en arti- kelen in het tijdschrift ’’the Garden”, nog bestaat. Kwekerij Tuinen en zeker hun beplantingen hebben niet het eeuwige leven. Haar tuin op ’’Munstead House” was al gauw na haar dood niet meer wat het geweest was. Ze had daar ook een kwekerij, waar ze varieteiten kweekte zoals: Nigella ’’Miss Jekyll” en Lavendula ’’Munstead”, verscheidene Hellebores, Papavers en witte vingerhoedskruid. Ze miste nooit een kans om van goede vaklui te leren. Op haar reizen naar Zwit- serland, Algiers en Italie deed ze bijzonder veel inspi- ratie op. Ze verbaasde zich over het feit dat de Italianen zo gul met hun kennis waren, terwijl de Engelse hand- werkslieden, bang voor concurrentie van een amateur weinig mededeelzaam waren. In de Victoriaanse tijd werd het werk van vrouwen slecht bevonden. Niets doen was een teken van succes. Werken voor geld was een belediging voor de man, wiens rol het was om in alles te voorzien. Dat een vrouw in haar eigen onderhoud voorzag uit zelfrespect, en daar voldoe- ning uitputte, werd niet begrepen. Gertrude vroeg voor haar planten, stekken, adviezen en artikelen geld en werd ten onrechte als gierig bestempeld. Ger ­ trude was zeer gevoelig voor geluid. Ze had daarom een hekel aan honden, papegaaien en kinderen. Ze had katten, die haar vergezelden op wandelinge- tjes door haar zeer besloten tuin. Dagelijks werkte ze in die tuin met een strohoed op, laarzen aan en een blauw schort voor. Soms ontwierp ze haar eigen tuin- gereedschap en liet dat maken door de dorpssmid. In haar 46e levensjaar ontmoette ze de 19 jarige bril- liante architect Lutyens. Hun samenwerking bleek daarna door de jaren heen zeer vruchtbaar. Hij ontwierp huizen en tuinen,