Pagina 10 voorjaar 2018

Graven op
het landgoed
Dit jaar is het 75 jaar geleden dat in Hengelo de April-Meistaking begon. Hoewel Twickel met deze daad van verzet tegen de Duitse bezetting niets te maken had, ging de nasleep niet aan het landgoed voorbij. Er zijn vermoedens dat de Duitsers als vergeldingsactie in de bossen van Twickel enkele mannen hebben gefusilleerd. Brita Röhl (1957), kleindochter van een van hen, is nog altijd op zoek naar de laatste rustplaats van haar opa.
Borstbeeld bij het politiebureau in Hengelo.
Frits Loep. (Bron: G. Löbker, archief Stork)
10
11
Enveloppe met bezittingen van Frits Loep. (Bron: Verzetsmuseum Amsterdam)
auteur
Joan van Esveld
Historie
Haar opa, Frits Loep, was bedrijfsleider bij machinefabriek Stork. Daar werd op 29 april 1943 het werk neergelegd. Aanleiding was de bekendmaking dat
alle 300.000 leden van het voormalige Nederlandse leger in Duitse krijgsgevangenschap moesten. De staking bleef niet beperkt tot Stork. Ook in andere Twentse bedrijven werd het werk neergelegd, waarna de staking oversloeg naar de noordelijke provincies en Limburg. De Duitsers reageerden furieus op dit verzet. Het standrecht werd met onmiddellijke ingang van kracht. In Hengelo liet Seyss-Inquarts plaatsvervanger, Karl Weidlich, de Twentse directeuren naar het gemeentehuis komen. In niet mis te verstane woorden maakte hij hen duidelijk dat
er de volgende dag weer gewerkt diende te worden. Er zou gecontroleerd worden of iedereen aanwezig was. Op de dag van het appèl bij Stork ontbrak de bedrijfsleider, ir. F.M. Loep. Die dag had hij of cieel vrij gekregen van zijn baas, directeur Frans Stork, om zijn 11-jarige dochter Astrid op te halen, die de paasvakantie had doorgebracht bij familie in Amsterdam. Toen hij terugkwam in Twente, was de staking voorbij. Maandags ging hij gewoon weer aan het werk. Pas de volgende dag,
dinsdag 4 mei, werd hij tegen het middaguur bij Stork opgehaald en naar het politiebureau gebracht. De Duitsers dachten dat de staking een goed voorbereide actie van het verzet was geweest. Volgens hen moest Frits Loep er meer van afweten.“Met wat ik nu weet, kan ik zeggen dat mijn opa in het verzet heeft gezeten,” vertelt kleindochter Brita Röhl. “Mijn oma en moeder hebben dat niet geweten.”
Terechtstelling
Verzet of geen verzet, diezelfde avond werd Frits Loep na een terdoodveroordeling door het ‘Standgericht’ gefusilleerd.
De SS-er Rauter, de hoogste politiechef van Nederland, had verordonneerd dat de plaats van de terechtstelling onbekend moest blijven en dat de weduwe met haar dochtertje binnen twee dagen haar huis in Hengelo verlaten moest hebben. Aldus geschiedde. Ze vertrokken naar Amsterdam waar
ze een nieuw leven opbouwden. Na de oorlog stelde de weduwe Loep alles in het werk om erachter te komen waar haar man was gebleven. Maar niemand wist het of kon
haar helpen. Zijn naam kwam niet voor op lijsten van het Rode Kruis en het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (tegenwoordig NIOD) kon weinig doen. “Ik begrijp dat het in die tijd natuurlijk allemaal langzamer ging dan tegenwoordig,