Pagina 10 voorjaar 2017

Door de aankoop van een stuk grond met bebouwing is een deel van het voormalige kasteelterrein in Borculo teruggekeerd in de schoot van Twickel. In 1869 verkocht Carel baron van Heeckeren van Wassenaer de restanten van het kasteel voor sloop. Wat ging hieraan vooraf? En hoe ging het verder?
De kelders van het kasteel in Borculo

Kasteel Borculo, tekening van H. Spilman, 1743.
Poortgebouw waarin de stoeterij was gevestigd.
Carel trouwde in 1831 met Cornélie van Wassenaer Obdam. Hij kreeg landgoed Nettelhorst bij Lochem en de Gelderse Waard bij Zevenaar. In 1854 besloeg het landgoed 102 hectare, waarop de gebouwen van de stoeterij. Er stonden nauwelijks boerderijen. De landerijen werden in het vervolg beheerd door een weiwachter, die vee van derden inschaarde en gras
‘op stam’ verkocht. Het veilingboekje vermeldt het bezit van een kerkbank maar geeft duidelijk aan dat de heerlijke rechten waaronder het jachtrecht waren uitgesloten. Het Koninklijk Huis voert nog altijd de titel heer van Borculo. De Van Heeckeren’s noemden zich later wel heer van Borculo
maar daarmee bedoelden zij dat zij eigenaar waren.
Drie jaar na de dood van zijn moeder in 1866 verkocht Carel
de gebouwen van de stoeterij voor afbraak. De kelders en fundamenten van het afgebroken kasteel bleven opnieuw gespaard. De koper bouwde in 1887 op een deel van de kelders een villa. In 1921 bouwde zijn zoon daarbij een cichoreifabriek, eveneens op de kelders van het oude kasteel. Veertig jaar
later kwam de fabriek in handen van de gemeente Borculo, opgegaan in de gemeente Berkelland. Na verbouwingen doen de ruimtes aan de Ho aan onder meer dienst als muziekschool en bibliotheek. De oude kasteelkelders zijn niet meer in gebruik.
a u t e u r
Aafke Brunt
H i s t o r i e
Borculo begon als bestuurscentrum van de bisschop van Münster. Daarna was het een zelfstandige heerlijkheid. Het middelpunt was een indrukwekkend kasteel dat vanaf de 17e eeuw langzaam verviel. In 1742 kocht graaf Von Flemming het in een
deplorabele staat verkerende bezit. Hij liet het afbreken en vervangen door een L-vormig kasteel. Het grootste deel van de kelders en de fundamenten van het oude kasteel bleven gespaard. Door huwelijk van Von Flemming’s dochter Isabella ging Borculo over naar de Poolse prins Adam Czyrtorensky, die Borculo verkocht aan prins Willem V. De stadhouder begon bij het L-vormige gebouw een paardenfokkerij die na de Franse revolutie is voortgezet door koning Lodewijk-Napoleon.
Na de Franse tijd verviel het bezit aan Nationale Domeinen, die de paardenfokkerij van 1820 tot 1842 exploiteerden als Rijksstoeterij. Koning Willem II nam de stoeterij over waarna Willem III het bedrijf in 1854 ter veiling bracht.
Waarom Agaath van Pabst van Bingerden het kocht is niet bekend. Zij was getrouwd met Willem van Heeckeren van Kell. Ze kregen zes dochters en twee zonen. Hun oudste zoon