pagina 10 voorjaar 2009

Park Twickel biedt meer vertier dan Den Haag Het huispark speelde een grote rol in het leven van de drie kinderen Van Heeckeren van Wassenaer. Wanneer Marie (Mary), George en Rodolphe (Dolly) op kasteel Twickel verbleven, waren ze bijna dagelijks in het park. Dat ze in de winter op de bevroren vijver schaatsten met hun moeder Isabelle, gouvernante Azelle en Bernard Bitter, blijkt uit het volgende verhaal dat George schreefin 1867. Het is een verhaal waarin de schaatsen zich beklagen dat ze zo over het ijs ge- schuurd worden en niet eens mogen mee genieten van die heerlijke slemp. ‘Ay Agl’ Heard I someone scream. I turned round and saw all the skates in a deep con ­ versation. It was Bernard skates who were complaining. ‘It is very hard of that cruel man’, said they. He does me so much harm with his heavy body scratching with us over the ice ‘Ah sighed Azelle’s skates detest winter, when we are always used and ill treated’. ‘I am the most happy, if it can be called happy’, said one of mama’s skates sneering. scratch me the least’. ‘It is very unkind of them’, said one of Dolly skates. And besides this, when they refresh themselves with sweet nice liquor, which is called I think Slemp, we get nothing. ’ ‘Oh complained Mary’s broken skate, ‘always when something is used by her it is spoiled, for now look at me, the great fat girl broke me and now I am lying here suffering from my wounds’. Bernard skates: ‘It is now only morning, presently we shall be taken again and we shall have to scratch again over the ice.’ In de zomermaanden visten de kinderen in de vijver of gingen ze ‘bootjevaren’ met de modelkotter ‘NarvaP. Het grote gazon leen- de zich uitstekend voor allerlei balspelen, waarbij het croquetspel veruit favoriet was. ‘Dans le petit jardin’ in het park werd de tent opgezet. Marie schrijft aan haar vader dat ze nooit had gedacht daar zo’n plezier aan te beleven. Niet alleen het park, maar de gehele omgeving rond Twickel was een waar paradijs voor de kinderen en ze ver- kozen Twickel dan 00k ver boven hun huis in Den Haag. De 12-jarige George schreef er in 1868 het volgende over: ‘The extreme difference between a day at Twickel and one at The Hague. What an incomparable difference between such two Afbeelding van een eze! uit 6in van de kinderboeken. days, how merry, how joyful is the first and how gloomy, and dark must be the second one. Shall I describe both to make you envy Twickel and detest The Hague. When on a summer morning at Twickel the sun rises sometimes at 3 o’clock how gay looks there the park, the deer eating the fresh grass and the trees throwing their long shadows in the dewy grounds. There everything looks fine, majestic and gay. Then we can go out and feed the animals and then walk in the park, and amuse ourselves. In the afternoon we go to our garden to play there. Then after dinner we go out for a ride and when this is over we fall asleep amongst the quiet free nature. How nice is Twickel with it’sfne wood, nice park and every pleasure, and then what a con ­ trast the house in The Hague in the Voorhout. Every one who reads this may be contented with Twickel and have a heart full of envy for it while you may with right get disgusted for The Hague. Twickel a place of peace, quietness and usual tranquility, the city a place of trouble, noise and a nuisance. ’ In September 1869 kwamen er nieuwe her- ten voor het park. Ze arriveerden per trein! Marie en Rodolphe volgden hun komst met grote belangstelling en schreven er over aan George, die op dat moment op kostschool in Neuwied verbleef. ‘De herten zijn aangekomen. Morgen worden zij losgelaten in een afscheiding die gemaakt wordt bij ‘t bergje links van het varkenshok als men van de oranjerie komt. Vrijdag is photo- graaf Steffen van Enschede nog hier geweest. Zij hebben 00k de herten gefotographeerd, nadat zij ze eerst bij elkaar hadden gejaagd. Vrijdag om half zeven zijn Papa en ik met de ezelwagen Dolly aan het station gaan afhalen. De herten kwamen met dezelfde trein aan. Gisteren avond zijn we nog met het tweebaks wagen in Woolde geweest en langs de straat- weg en station terug gekomen. ‘s Middags zijn wij 00k met Pacha geweest’. Pacha was de ezel van de kinderen Van Heeckeren. Pacha trok de ezelkar als de familie uit ‘wandelrijden’ ging, zoals hun vader J.D.C. van Heeckeren dit noemde. De kinderen zaten in de ezelwagen en de vol- wassenen liepen er naast. Veel kinderen uit welgestelde kringen hadden een ezel als