Pagina 10 najaar 2017

Bij werkzaamheden aan de kademuur van de gracht tussen het kasteel en
het voorplein is een bijzondere vondst gedaan: naast de kade werd een citerne of waterkelder aangetroffen.

Kademuur en nieuwe betonnen wand.

10

Restauratie leidt tot

vondst waterkelder

 

Kademuur en nieuwe betonnen wand.

De betegelde binnenkant van de citerne.

a u t e u r

Aafke Brunt en Helmig Kleerebezem

a c t u e e l

De 18e-eeuwse kademuur vertoonde ter hoogte van het noordelijk bouwhuis een behoorlijke welving die hersteld moest worden. De enorme Bentheimer- stenen werden stuk voor stuk verwijderd en na

Werkzaamheden bij de trap. Aan de bovenkant de blootgelegde koepel van de citerne.

Als onderdeel van de werkzaamheden werd ook de trap naar de gracht opgeknapt. De trap werd in zijn geheel gedemonteerd, het metselwerk verwijderd en de stenen werden gebikt voor hergebruik. Bij die werkzaamheden kwam onverwacht een koepelgewelf tevoorschijn. Dit bleek de bovenzijde te zijn

van een in vergetelheid geraakte waterkelder of citerne. Boedelinventarissen uit 1812 en 1875 wezen uit dat deze waterkelder was aangelegd naast een slachthuis, dat was gevestigd in het uiteinde van het in 1736 gebouwde bouwhuis. Het hemelwater dat op het dak van het bouwhuis viel, werd
via de dakgoten en een loden pijp naar de kelder geleid. Het toegangsluik van de kelder vertoont nog sporen van een leiding naar een waterpomp. Voor gebruik bij het slachten leende

het relatief zuivere regenwater zich beter dan water uit de gracht. Om het water vast te houden, is de waterkelder aan de binnenzijde betegeld.

In 1812 was het slachthuis al in onbruik geraakt. De kelder moet toen ook al zijn afgesloten. Het gedeelte van het bouwhuis met het voormalige slachthuis is onderkelderd: de waterkelder is daarom aangelegd naast het gebouw.

stabilisatie van de kademuur herplaatst en met loodverbindingen verankerd. Dit alles volgens een plan
van de bouwafdeling van Twickel, dat is voorgelegd aan de gemeentelijke monumentencommissie. Gebouwenbeheerder Louis Volker: “Tijdens de uitvoering is besloten om een
lichte welving in de kademuur te laten bestaan waarbij wel een stabilisatie moest worden aangebracht om erger in de toekomst te voorkomen.” De kademuur werd aan de kant van het voorplein tot op een diepte van ongeveer 3 meter en met een breedte van 2,5 meter blootgelegd. Op 2 meter afstand van de kademuur is een betonnen wand geplaatst om van hieruit met roestvrije stalen stangen de verbinding te maken voor het stabiliseren van de kademuur.