pagina 10 lente 2001

,r. ( ~i – – – : orvrfc<y ^} VX ^~ y ° rt ^ c r^l _ (ffbcrr&ify l~fa&rQi c 0)p-£f- j ^~^)^T^yv o€yyyryrrit*. ojy<hrrryy rnnt^yrT&n] xj&yy& yyvft- j 0t>vT^j. ^ J C, .dtnnro^H c (xZ-tf <yf^f>j j ■ CQsFy) o^yyy*^fyj $-i*n CiioWwi . xfa£tf W*c^, J mXX> ^ /^ / CoWnf*^ 0f*i<x(~> . ^Z-nc*ncfi < H. l J arv tf ■xft-£o-n& t y a€ e >} j. x ( } lor-ff o-yI&I- €a&fl tfowr-^ ^x^ c hi(if-u^ : {f 4 cf— – t „s. 9,,i1 r "”r7^ / £1 z -m*T/S— H Q|i ,r ^ Jy (fb~y WtfA, (h^8,% 9-^ v,«rt,.€^r (Lng^ /. 0^1 fvW TTOTO*i9ia yVo.A iLmcvP^ OVt^fbo >jSw ! ■ ^ A 1 o<r**fh j • . ^— r tf«^<} ^ ^^,c£ lrm onyffo>&<.<h «<30 fen*,-) /. • v>m r^KjwSifi^ foyw^j j • (qV, CTyfPmi&j aw Inventaris van de nalatenschap van Arend van Duvenvoorde, 1558. De bovenste alinea’s beschrijven de in zijn boedel aangetroffen boeken. HuisarchiefTwickel, inv.nr. 141. Foto: J. Mulder. van gelijke stand te vinden. Tussen 1500 en 1665 blijken de Van Duvenvoirdes/Van Wassenaers dan ook ongeveer evenveel bruiden en bruidegommen in Holland als in de andere gewesten te hebben gevonden: 32 Hollandse tegenover 34 niet- Hollandse. Dat wilde weldra zeggen: binnen de Republiek en niet langer in het Zuiden. De huwelijkspolitiek kreeg een oostwaartse richting. Zo huwde Jacob IV van Wassenaer Obdam in 1676 met Adriana Sophia van Raesfelt, de erf- dochter van Twickel, die dit rijke Twentse goed in het geslacht inbracht 10). En in 1701 trouwde Arent IX van Wassenaer Duvenvoirde met Anna Margaretha Bentinck uit het oor- spronkelijk Gelderse geslacht. Hun enig overlevende dochter Jacoba Maria huwde in 1732 met de eveneens Gelderse edelman Frederik Willem Torek, waardoor na haar dood, in 1771, Duivenvoorde met Voorschoten uit Wassenaer-handen naar diens ge ­ slacht overging 11). Maar tegelijk laten de Warmonts zien, hoezeer de verbinding van politiek en godsdienst ook zulke huwelijkspatronen kon doorbreken. A1 voor de helft van de 17e eeuw zochten zij partners in de Zuidelijke Nederlanden en in het Duitse Rijngebied: binnen de Zeven Provincien waren niet genoeg gegadigden van katholieke huize te vinden…. Cultuur En dan de culturele kanten. De middeleeuwse Van Wassenaers, steeds krijgslieden en bestuurders in de directe omgeving van hun lands- heer, en generatie na generatie tot ridder geslagen, lijken bezield te zijn geweest met de hoofse idealen. Meer tonen de bronnen ons van de overgang naar de honnete homme. A1 vroeg zien we studerende Wassenaers – vooreerst in het buitenland overigens. Tussen 1444 en 1447 behoorden de broers Jacob, Johan en Filips van Wassenaer tot de eerst ingeschrevenen van de Natio Germanica in Orleans, rond 1500 volgden er diverse Duvenvoirdes, die soms ook nog stu- deerden in Leuven, Dole en Keulen. En na 1575 bezochten zij generatie na generatie Leiden, ook de katholieke Warmonts. Diversen demonstreren ons in de bronnen hun kennis van het latijn, een enkeling had al midden 16e eeuw een interessant boekenbezit. De drie families legden daarbij steeds meer nadruk op het cultureel hoogstaande leven van de honnete homme. Hun kastelen – gehavend achtergebleven in de Tachtigjarige Oorlog – lieten zij tot comfortabele woonhuizen verbouwen. De Warmonts het eerst. Weliswaar leek hun huis nog een kasteel, maar binnen de muren verrezen tegen 1597 twee vleugels in Hollandse renaissance- stijl, waarvan er een in 1629 nog werd vergroot met een Frans klassicistische voorbouw. Duivenvoorde werd tussen 1624 en 1631 omgetoverd tot een landhuis, dat zijn kasteelachtige uiterlijk grotendeels verloor. Rond 1700 vonden hier verdere aanpas- singen plaats: de prachtige grote zaal van 1717, ontworpen door Daniel Marot, formele tuinen eromheen. Ter- zelfdertijd paste men zijn stadshuizen aan of kocht men nieuwe, vooral in Den Haag. Hoek Lange Voorhout- Kneuterdijk bouwde Johan van Wassenaer Duvenvoirde kort na 1620 een luisterrijk huis in Hollandse renaissancestijl, dat er nu nog staat. Later in die eeuw verwierven de Obdams panden daar tegenover, in de bocht van de Kneuterdijk. Deze wer- den in 1717 door Daniel Marot omge- bouwd tot een stadspaleis 12). In deze huizen brachten zij hun schatten samen, deels zelf aange- kocht, deels geerfd en met de familie- wapens van de geslachten van her- komst er nog op. Portretten van voorvaderen sierden de muren. naast historic- en genrestukken. Boedel- beschrijvingen tonen ons een toe- nemende hoeveelheid tin en vooral zilver, laken en damast, wandtapijten