pagina 10 lente 2000

bezit moesten zijn van vier adellijke kwartieren. Behalve ridder-broe- ders waren er ook priester-broeders en huishoudelijk personeel. De commanderij te Dieren was het eer- ste bezit van de Orde in de Neder- landen en behoorde aanvankelijk tot de Balije van Koblenz. In 1632 ging de commanderij over naar de Balije van Utrecht, die zich vijf jaar later afscheidde en hervormd werd. In 1619 was daar reeds de eerste prote- stantse commandeur benoemd. Toen na de kruistochten de nood- zaak van militaire aktiviteiten niet meer aanwezig was, kon de Orde dank zij een zeerrijk goederenbezit, verkregen uit schenkingen, de parochiele zorg nog eeuwenlang blijven volbrengen. Na de reforma- tie was de Christelijke liefdadigheid hoofdzaak geworden, zo ook bij de commanderij te Dieren. De bree ­ ders van de Orde waren echter niet bepaald brave kloosterlingen. Meermalen kwamen zij in ernstig conflict met de Hertog van Gelre, vanwege overtredingen van de jachtbepalingen en stroperijen. Neergang Tot de bezittingen rend Dieren behoorden in de tijd van de Duitse Orde vele erven, uitgestrekte lande- rijen, rechten op het Dierense veer, jacht- en visserijrechten en patro- naatsrechten van de kerken te Die ­ ren, Hummelo en Drempt. Ook het markerichterschap van de gemeen- schappelijke marke Dieren, Span- keren, Soeren en Ellecom behoorde ertoe. Lieden van aanzien kochten door schenkingen het recht op ver- zorging bij ziekte en ouderdom in het bijbehorende hospitaal. Zo werd het rijke bezit nog steeds uitgebreid. Door oorlogsgeweld in de Gel- derse gebieden werden in de vijf- tiende eeuw de bezittingen enkele malen verwoest en weer hersteld, doch na de plundering door de geu- zen in de tachtigjarige oorlog was het met de Duitse Orde in het gebied rend Dieren gedaan. Door de vele verwoestingen geraakte de com ­ manderij in grote schulden. De prins van Oranje bracht uitkomst. Oranjebezit In 1647 werd het Hof voor 147.000 gulden gekocht door stad- houder Willem II. Het bestond toen uit het Huis met opstallen, een Een ridderbroeder van de Duitse Orde. Afbeelding overgenomen uit P.J. C. G. van Hinsbergen, Inventaris van het archiefvan de ridderlijke Duitsche Orde balije van Utrecht 1200 -1811. Utrecht. 1955/1982. watermolen in de Molenbeek, ander- halve hoeve in het Rhederbos, de helft van de Onzalige Bossen, de Imbosch, een aantal erven en goede- ren in Leuvenheim, Brummen, De Steeg en Dieren en een aantal losse landerijen. Willem II breidde zijn bezit nog uit dooraankoop van erven en landerijen. Van het Huis maakte hij een jachtslot met een wildbaan voor 300 herten. Rond het gehele bezit lag een omheining, welke 3 2 uur vergde om er omheen te lopen. Deze ging later voor een groot deel verloren tijdens overstromingen door wateroverlast vanaf de Veluw- se heuvels. Ook het parkgedeelte en het Huis lagen binnen de wildbaan. Daar de weg van Arnhem naar Zutphen hier dwars doorheen liep, was de omheining bij de in- en uit- gang van de weg voorzien van poor- ten. Reeds in 1650 overleed Willem II op 26-jarige leeftijd. Acht dagen na zijn dood werd zijn zoontje geboren, de latere stadhouder Willem III. Tij ­ dens de minderjarigheid van Willem III werd voor het bezit slecht gezorgd en de wildbaan werd in 1658 opgeheven. Toch was Willem een hartstochtelijkjager, die graag in Dieren verbleef. In 1688 werd hij door zijn huwelijk met de Engelse kroonprinses koning van Engeland. Hij nam de verdere ontwikkeling