pagina 10 herfst 1997

Een Goudse Twickelaar? Het landgoed Twickel is zonder overdrijven een parel in het Twentse landschap. Het kasteel, de tuinen, de natuur, het landschap en niet te vergeten de landbou w wisselen elkaar op harmonieuze wijze af. Eeuwenlang beheer door opeenvol- gende geslachten hebben een cultuurmonument opgeleverd waar Twente trots op mag zijn. Het landgoed telt nog zo’n 150 agrarische bedrijven. Daarmee neemt de landbouw een belangrijke plaats in op het landgoed. Het is juist de afwisseling natuur, landschap, cultuurhistorie en landbouw die de waarde geeft aan Twickel. Ook voor de komende eeuw zal de aanwezigheid van een gezonde en rendabele landbouw een voorwaarde zijn voor het instandhouden van het unieke landgoedka- rakter. Daar ligt voor een belangrijk deel de uitdaging van het stichtingsbestuur om samen met de pachters een goed beleid uit te stippelen om een gezonde landbouw op het landgoed te behouden. Activiteiten als agrarisch natuurbeheer en vormen van agritoerisme passen mijns inziens uitstekend binnen het geheel van een landgoed. Het kan elkaar versterken. Wellicht liggen er goede kansen voor wat tegenwoordig streekeigenproducten heet (een Goudse ‘Twickelaar’?). Maar Twickel-voorzitter G.F. Boreel vraagt terecht in zijn uitnodigingsbrief voor dit artikel antwoord te geven op de vraag hoe Twickel in de 2 le eeuw ‘de waan van de dag kan weerstaan’. Ruimte en perspectief bieden aan de landbouw op het landgoed is mijn advies. Agrarisch natuurbeheer, agritoerisme en al die andere vormen van plattelandsver- nieuwing kunnen een welkome verbreding zijn van het agrarisch bedrijf en goed passen in de doelstellingen van het landgoed Twickel. Toch zal de basis moeten blijven bestaan uit een economisch gezonde, duurzame eigentijd- se landbouw. Ook het landbou wbedrijf op Twickel zal zich aan de veranderende omstandigheden moeten kunnen aan- passen. En de marktomstandigheden zullen zich de komende jaren snel blijven wijzigen. Besluiten die wereldwijd zijn genomen, de GATT- overeenkomst en de uitkomsten van de komende WTO- onderhandelingen, zijn bepalend voor de aanpassingen voor de landbouw in Europa. Deze uitkomsten hebben ook hun invloed op de boeren van Twickel. Van groot belang voor de boeren op Twickel en voor Twickel zelf, is of zij snel genoeg kunnen inspelen op deze veranderingen. Hier ligt een groot wederzijds belang. Vrijkomende landbouw- grond en productierechten zullen dus moeten worden inge- zet voor de versterking van perspectiefvolle landbouwbe- drijven. Het door het landgoed in eigen beheer nemen van landbouwgrond kan een gezonde ontwikkeling van de moet lopen. “Er liggen inderdaad tal van spanningsvelden. Zo is er de bestaande kleinschaligheid van het landschap en de tendens naar verdere schaalvergroting in de landbouw. Het aantal bedrijven loopt terug, terwijl je de landbouw nodig hebt. Dat roept spanningen op. Daarnaast speelt de vraag wat je doet met de boerderijen en andere gebouwen die leeg komen. Hoe voorkom je bijvoorbeeld dat Twickel een soort bungalowpark voor rijken wordt. We willen graag mensen met affiniteit voor het platteland. Misschien moeten we boerenbedrij ven wel helpen bij het zoeken naar nieuwe inkomstenbronnen, waardoor we het wegtrekken van autochtone bewoners kunnen voorkomen. Bijvoorbeeld middels inkomsten uit de recreatie door ver- huren van kamers aan gasten”. Een ander belangrijk spanningsveld is de planologie. De stad rukt op en in plattelandsgebieden wordt nieuwe infrastructuur ontwikkeld. “We zullen niet alles kunnen tegenhouden. Wel willen we compensatie. Niet in de vorm van bijvoorbeeld grand elders, maar door verbetering van kwaliteit van het landgoed dat overblijft. Zo zouden we bij ­ voorbeeld zandwegen willen afsluiten als vorm van com ­ pensatie. Daarnaast willen we meepraten over de nieuwe inrichting van de infrastructuur. Dan voorkomen we fou- ten zoals bij de aanleg van de Deldense rondweg. Die is zeer storend omdat de weg op een dijk is aangelegd, terwijl een verdiepte aanleg veel overlast had kunnen voorko ­ men. Dit soort maatregelen zijn achteraf financieel nauwelijks meer haalbaar”. In financieel opzicht maakt de rentmeester zich geen zorgen. “Twickel heeft een divers aantal inkomsten ­ bronnen. Dat maakt ons niet zo kwetsbaar. Wel moeten we inspelen op nieuwe ontwikkelingen. Vroeger lever- de het hout veel op, nu helemaal niets meer. Daarentegen zie we de recreatie op het landgoed enorm toenemen, terwijl dat niets opbrengt. Misschien moe ­ ten we in de toekomst wel parkeergeld gaan vragen aan mensen die met de auto naar het landgoed komen. Nee, wandelaars en fietsers willen we beslist geen geld vra ­ gen’’.