pagina 10 herfst 1996

leuke van een landgoedkamp is dat je op een uniek plekje mag kamperen. In ruil daarvoor wil men best wat werk ver- zetten. Na het werk was het ’s middags goed rusten, maar er waren ook veel activiteiten. Deelnemers boven de 16 mochten het kasteel en de schitterende tuinen bezoeken. Er waren wandelingen door de omgeving onder leiding van Hans Spijkerman, de jachtopzichter, en Gert-Jan Roelofs. Voor de kinderen en jongeren was er een nachtelijke drop ­ ping en natuurlijk brandde elke avond het kampvuur. Er werden een pannekoekenbak-wedstrijd en een kin- derkampvuur-wedstrijd georganiseerd. Het hele kamp heeft rond het vuur stokbroodjes gebakken en gezamenlijk gebarbecued. Een volleybaltoernooi (LGK tegen Twickel) kan in de toekomst een terugkerende activiteit worden nu een zelf- gemaakte wisselbeker werd aangeboden. De mentoren die dit kamp leidden verheugen zich er al weer op om volgend jaar op Twickel terug te komen. De Twickelaars verheugen zich ook al op een weerzien. Naar wij begrijpen zijn er zelfs Twickelaars die juist tijdens het LGK niet met vakantie willen om er bij te kunnen zijn. En zo hoort het ook! * Artikel, geschreven in samenwerking met de overige mentoren, Mirjam Helbers, Gerard Kroon en Gerdien Homburg. In memoriam Jan Florinus Kooijman, 1915 -1996 Op 4 augustus jl. overleed de heer Jan Kooijman. Op 1 april 1950 trad de heer Kooij man in dienst van Twickel. Hij werd er aangesteld als koetsier en tuinman. Met zijn vrouw en twee dochtertjes betrok hij een gedeelte van het jagers- huis Casa Nova. Een hele overgang: Kooijman woonde daarvoor in Moerkapelle en werkte bij de politie. Gewend aan veel drukte wist hij zich goed aan te passen. Als koetsier heeft Kooijman niet meer gefungeerd. Wei kwam zijn kennis van paarden van pas. De barones bezat nog eigen rijpaarden. In het park werkte hij rond het kasteel en in de siertuinen. Het knippen van de buxusvormen, een vakmanschap waarin de heer Kooijman een meester was. Foto: Weekblad Margriet. Kooijman had veel verstand van machines. Samen met zijn afkomst uit een familie van melkveehouders heeft dit ertoe geleid, dat hij na de pensionering van de boerderij- baas Hietbrink de leiding kreeg over de kasteelboerderij. Als bedrijfsleider kwam hij hier ook te wonen. Ruim tien jaar heeft hij hier geboerd, samen met Johan Koebrugge en Hendrik Wes. De kasteelboerderij was toen al lang niet meer rende- rend. Er werd niet meer gei De melkkoeien wer ­ den uiteindelijk verkocht. Kooijman verhuisde naar een van de karakteristieke woningen bij de watertoren en keer- de terug naar de tuinen. Tot zijn afscheid in 1980 heeft hij hier met veel plezier gewerkt. Johan Gerrit van den Barg, 1904 – 1996 Op 10 augustus jl. overleed de heer Johan van den Barg. Lange tijd heeft hij op de boerderij de Bomsehoeve het wagenmakersbedrijf uitgeoefend. Deze grote boerderij staat aan het Bornse voetpad naast het jagershuis Casa Nova. Als veertienjarige kwam Van den Barg in de werk- plaats van zijn vader. Deze had de timmerwerkplaats naast de boerderij uitgebouwd tot wagenmakerij. Aan het werk met kleinzoon Johan op de eerste rommelmarkt ten behoe- ve van de dansgroep “Midden Twenthe ”. Vader en zoon werkten lang samen. Na de oorlog nam Johan het bedrijf over, maar zijn vader heeft tot zijn over- lijden steeds meegeholpen. Zo is het ook met Johan zelf gegaan. Op zijn beurt nam hij zijn zoon Joop in het bedrijf op. Samen verplaatsten zij de zaak van de Bornsehoeve naar het Deldense industrieterrein, waarbij de naam wagenmakerij veranderde in carosseriebedrijf. Na de ovemame door de jongere generatie hielp Johan nog lange tijd mee. Zo wist hij het oude vak door te geven en daarbij ook de verhalen over het vroegere Twickel. Zoon Joop die nog steeds op de Bomsehoeve woont, houdt de oude werkplaats in ere. Regelmatig vinden er demonstraties plaats. Zo blijft het oude ambacht bewaard.